Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN)
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 13 maart 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:1701

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN)

CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen werkt door, totdat nieuwe cao is overeengekomen. Bijdragepercentage sociaal fonds dient na overleg tussen cao-partijen te worden vastgesteld.

FNV (met CNV Vakmensen) en VOBN zijn partijen bij de CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (hierna: de cao). De cao is laatstelijk afgesloten voor de periode 2011-2012 en is bij besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 april 2012 algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2012. De cao bevat onder meer bepalingen over de duur van de cao (art. 2) en het sociaal fonds (art. 47). Ingevolge artikel 6 van de statuten van de Stichting Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (hierna: SFM) heeft het bestuur van SFM een Bijdragereglement (hierna: Bijdragereglement) vastgesteld waarin de wijze van vaststelling en de hoogte van de bijdragen worden geregeld. In artikel 11 van de statuten van SFM is bepaald dat de stichting haar administratie en uitvoerende taken heeft opgedragen aan APG. Het bijdragepercentage is voor 2013 en 2014 telkens op 0,3 vastgesteld en telkens door partijen bekrachtigd. Ook voor het jaar 2015 heeft het bestuur van SFM het percentage voorlopig op 0,3 gesteld. VOBN heeft zich op het standpunt gesteld dat werkgevers geen verlenging van de cao meer wensen maar zich liever, met betrekking tot collectiviteit, aansluiten bij een grotere, overkoepelende cao dan wel willen komen tot cao’s op bedrijfsniveau. Dit behelst tevens dat het sociaal fonds wat werkgevers betreft niet langer in stand behoeft te worden gehouden. Bij brief van 18 februari 2015 heeft VOBN de cao tussen partijen opgezegd, voor zover vereist, tegen 30 april 2015. Kern van het geschil betreft de vraag of VOBN voor 2015 gehouden is tot onmiddellijke nakoming van het bepaalde in artikel 47 lid 3 cao juncto artikel 2 lid 3 van het Bijdragereglement door middel van (schriftelijke) bekrachtiging van de door het bestuur van SFM vastgestelde bijdrageverplichting ter grootte van 0,3% van de bruto loonsom.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Met de tweede volzin in artikel 2 van de cao, namelijk dat deze van rechtswege eindigt, is beoogd de stilzwijgende verlenging – zoals bepaald in artikel 19 van de Wet CAO – te voorkomen. De onderhavige cao is derhalve – ook zonder opzegging – geëindigd na afloop van de looptijd, te weten per 1 januari 2013. Op dat moment is in beginsel ook de gebondenheid aan de cao geëindigd. In de derde volzin van artikel 2 van de cao is echter opgenomen dat de bepalingen van de oude overeenkomst van kracht blijven zolang er nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten. Dit artikel moet zo gelezen worden dat ermee beoogd is de cao te laten doorwerken zolang er nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten. Nog daargelaten het antwoord op de vraag of artikel 47 cao en de aanverwante artikelen hebben te gelden als obligatoire of diagonale bepalingen en of deze al dan niet normatieve werking hebben, heeft het volgende te gelden. Ten aanzien van de bepalingen die betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen de gebonden werkgever en werknemer (de horizontale bepalingen) geldt – als de geldigheidsduur van een cao is verstreken zonder dat er een nieuwe voor in de plaats is gekomen – dat zij nawerking hebben. Met het opnemen van de derde volzin in artikel 2 van de cao kan dus enkel beoogd zijn een verderstrekkende ‘nawerking’ vast te leggen dan die rechtens reeds geldt. Dit geldt temeer nu dit artikel geldingskracht heeft tussen cao-partijen en er in de derde volzin geen nadere specificatie van een bepaald type bepaling (obligatoir/diagonaal/horizontaal) van de cao is gegeven, maar is opgenomen dat ‘de bepalingen’ van de oude overeenkomst van kracht blijven. De kantonrechter leidt hieruit af dat alle bepalingen van de cao hun gelding behouden, dus ook artikel 47 en aanverwante artikelen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat nawerking in zijn algemeenheid niet in tijd beperkt is, maar enkel afhankelijk is van het sluiten van nieuwe overeenkomsten door partijen. Wordt er geen nieuwe overeenkomst gesloten, dan blijven de bepalingen van kracht. Dat is kennelijk ook met de onderhavige bepaling in artikel 2 van de cao bedoeld. De cao blijft van kracht zolang tussen partijen nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten. Dat partijen – tot op heden – niet geslaagd zijn overeenstemming te bereiken en dat wellicht in de toekomst ook niet zullen, maakt het voorgaande niet anders.

Conform artikel 2 van het Bijdragereglement dient de hoogte van de bijdrage te worden vastgesteld. Deze hoogte wordt echter pas definitief vastgesteld door het bestuur van SFM nadat daarover door partijen bij de cao overeenstemming is bereikt. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Bijdragereglement is VOBN dus niet direct gehouden het door het bestuur voorlopig vastgestelde percentage van 0,3 te bekrachtigen, zoals door FNV gevorderd wordt. Partijen dienen eerst overeenstemming te bereiken. Met VOBN is de kantonrechter van oordeel dat zij een mate van vrijheid heeft om tot een besluit over de bijdrage te komen. Het percentage van 0,3 is immers niet vaststaand. Voor de bepaling van de hoogte van het percentage kunnen bijvoorbeeld de vermogenspositie en de te verwachten uitgaven van SFM een rol spelen. Gelet op het voorgaande kan het door FNV gevorderde niet volledig worden toegewezen, maar wordt volstaan met toewijzing van het mindere, te weten dat VOBN haar medewerking dient te verlenen aan het overleg met FNV om tot overeenstemming te komen over het percentage.

  • Instantie: Rechtbank Midden-Nederland
  • Locatie: Utrecht
  • ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2015:1701
  • Roepnaam: Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN)
  • Zaaknummer: 3843408 UV EXPL 15-60 JES/1267
  • Nummer: AR-2015-0277
  • Rechters: R.W.J. van Veen
  • Advocaten: G.J. Knotter, K. van Belle, E.J. Henrichs en R. in 't Wout
  • Wetsartikelen: 2 CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen, 47 CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen en 19 Wet CAO
  • Onderwerpen: Nawerking
  • Trefwoorden: cao, nawerking, sociaal fonds, bijdragepercentage, obligatoire bepaling, diagonale bepaling en normatieve werking