Naar boven ↑

Rechtspraak

Chromaflo Technologies Europe voorheen CPS Color Sittard B.V./werknemer
Hoge Raad, 3 april 2015
ECLI:NL:HR:2015:838

Chromaflo Technologies Europe voorheen CPS Color Sittard B.V./werknemer

Devolutieve werking hoger beroep ten aanzien van verweer geïntimeerde in eerste aanleg inzake causaal verband schade en werk. Deskundigenonderzoek vereist.

(Cassatieberoep van AR 2014-0373.) Werknemer (geboren 1969) is van 9 januari 1989 tot de sluiting op 1 mei 2007 in dienst geweest bij (deels rechtsvoorgangers) van CPS. CPS is een leverancier van geavanceerde kleurenmengsystemen. Van 1989 tot 2002 heeft werknemer als operator verftapmachine gewerkt op de vulafdeling. In het kader van deze werkzaamheden werd werknemer blootgesteld aan oplosmiddelen. Werknemer heeft CPS aansprakelijk gesteld voor de gezondheidsschade die hij lijdt door de blootstelling aan deze schadelijke stoffen. De kantonrechter stelde vast dat de blootstelling aan oplosmiddelen gedurende het gehele dienstverband van werknemer beneden de daarvoor geldende MAC-waarde is gebleven. Hij was daarom van oordeel dat CPS niet kan worden verweten onvoldoende maatregelen te hebben genomen ter voorkoming van (schadelijke) blootstelling aan die stoffen. Het hof oordeelde in hoger beroep anders en achtte wel schending van de zorgplicht aanwezig. In cassatie klaagt CTE dat het hof de devolutieve werking van het appel heeft miskend door op te merken dat CTE (toen nog CPS) niet had gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat werknemer aan OPS/CTE lijdt. Indien een van de grieven van appellant slaagt, moet de appelrechter alle door geïntimeerde in eerste aanleg aangevoerde stellingen opnieuw beoordelen, ook die welke in eerste aanleg zijn verworpen, aldus CTE.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De geïntimeerde die in het dictum van het vonnis in eerste aanleg in het gelijk is gesteld, behoeft het verweer dat hij in eerste aanleg heeft gevoerd, maar dat door de rechter buiten behandeling is gelaten of is verworpen, niet door een incidenteel appel aan het oordeel van de appelrechter voor te leggen. De devolutieve werking van het appel brengt mee dat dit verweer alsnog dan wel opnieuw moet worden beoordeeld als één of meer grieven doel treffen en daarom opnieuw moet worden onderzocht of de vordering voor toewijzing vatbaar is. Dat is alleen anders in het (zich hier niet voordoende) geval dat dit verweer in hoger beroep is prijsgegeven. Door te overwegen zoals het hof heeft gedaan, heeft het de vorenstaande regel miskend. Op grond van die regel had het hof immers in dit geval na te gaan of, gegeven de (door de kantonrechter onvoldoende geoordeelde en dus verworpen) betwistingen door CPS, voldoende is komen vast te staan dat werknemer lijdt aan OPS/CTE, en dat de oplosmiddelen waaraan werknemer is blootgesteld bij CPS, tot diens OPS/CTE hebben geleid. Werknemer betoogt in cassatie dat geen andere conclusie mogelijk is dan dat beide betwistingen door CPS ongegrond zijn. Dit betoog faalt. CPS heeft op de in het middel genoemde vindplaatsen aangevoerd dat uit de door werknemer overgelegde producties (brieven) niet (voldoende) duidelijk blijkt van een en ander. Zij heeft daarom aangedrongen op een deskundigenbericht. De beoordeling van deze betwistingen vergt een onderzoek van feitelijke aard waarvoor in cassatie geen plaats is.