Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Berkhof & Partners
Hoge Raad, 27 maart 2015
ECLI:NL:HR:2015:763
Met annotatie door A.R. Houweling

werknemer/Berkhof & Partners

Verschillende beoordelingsmaatstaven voor schorsing van een concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst en (dat verwijst naar) het concurrentiebeding in koopovereenkomst.

(Cassatieberoep van AR 2014-0446.) Op 23 april 2008 is tussen X VOF, waarvan de middellijk door Y bestuurde besloten vennootschap een van de vennoten was, en Berkhof een overeenkomst tot stand gekomen (hierna: de koopovereenkomst) waarbij de assurantieportefeuille door X VOF aan Berkhof is verkocht voor een bedrag van € 1.300.000. In deze koopovereenkomst staat een concurrentiebeding opgenomen. Op 1 juni 2008 is de assurantieportefeuille aan Berkhof geleverd. Y is op 31 juli 2008 in dienst getreden van Berkhof op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar in de functie van adviseur. In deze arbeidsovereenkomst staat eveneens een concurrentiebeding opgenomen, inhoudende: ‘Wat het non concurrentiebeding betreft wordt hier verwezen naar de afspraken en bepalingen welke zijn vastgelegd in de koopovereenkomst van de portefeuille van X VOF waarbij o.a. is vastgelegd dat Y geen zaken mag doen met relaties van X VOF en Berkhof en partners, zoals die aanwezig zijn op het moment van het eventuele einde van de arbeidsovereenkomst.’ Kernvraag in deze procedure is of het relatiebeding zoals vervat in artikel 5 van de op 23 april 2008 tussen Berkhof en Y gesloten koopovereenkomst en het non-concurrentiebeding zoals vervat in artikel 18 van de op 31 juli 2008 gesloten arbeidsovereenkomst moeten worden geschorst totdat in een bodemprocedure een beslissing is genomen over de werking van deze bedingen. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van deze bedingen dezelfde maatstaf aangelegd en beide bedingen geschorst. In hoger beroep oordeelt de appelrechter dat, anders dan de voorzieningenrechter heeft gedaan, de vraag naar de werking van het relatiebeding uit de koopovereenkomst niet aan de hand van de criteria die gelden voor een arbeidsrelatie moet worden beantwoord. Vervolgens handhaaft de appelrechter de schorsing van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst, maar vernietigt hij het oordeel inzake het concurrentiebeding in de koopovereenkomst.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.