Rechtspraak
werkneemster/werkgever c.s.
Werkneemster is met ingang van 1 april 2011 in dienst getreden van werkgever in de functie van barista. De arbeidsovereenkomst is na verlenging aangegaan tot 1 april 2012. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor het horeca- en aanverwante bedrijf van toepassing. In verband met de tegenvallende resultaten heeft werkgever de ondernemingsactiviteiten eind januari 2012 stopgezet. De personeelsleden zijn op 30 januari 2012 ingelicht over de beëindiging van het bedrijf. Werkneemster is met ingang van die datum vrijgesteld van werk. Werkneemster heeft per 8 februari nieuw werk gevonden. Werkgever is per 1 februari 2012 gestopt met betaling van het loon. Werkneemster vordert in deze procedure uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen, niet-betaalde vakantietoeslag, achterstallig loon en wettelijke verhoging. Naast haar formele werkgever, stelt zij ook de bovenliggende moeder en de bestuurder aansprakelijk.
Het hof oordeelt als volgt. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Deze – hoge – drempel voor (buitencontractuele) aansprakelijkheid van een bestuurder wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627). In het onderhavige geval zou van aansprakelijkheid van beheer en/of bestuurder sprake kunnen zijn indien zij als bestuurder respectievelijk middellijk bestuurder van werkgever hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de door hen bestuurde vennootschap een eerder door haar aangegane overeenkomst niet nakomt en daardoor aan de wederpartij van de vennootschap schade berokkent. Het zal van de concrete omstandigheden van dit geval afhangen of het aan de (middellijk) bestuurder te maken verwijt voldoende ernstig is om hem persoonlijk aansprakelijk te houden (HR 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4873). Volgens werkneemster is een collega tot het einde van zijn dienstverband wel uitbetaald. Het had van werkgever(s) en bestuurder verwacht mogen worden beide werknemers gelijk te behandelen en naar evenredigheid de vorderingen te voldoen. Werkgever(s) en bestuurder stellen hier tegenover dat geen sprake is van gelijke gevallen (werknemer 2 had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en was nodig voor de afwikkeling van de onderneming, werkneemster niet). De ontbindingsvergoeding aan werknemer 2 is nimmer betaald, omdat daar geen geld voor was. In totaal heeft werknemer 2 € 2.991 ontvangen van de € 7.243 (netto) waarop hij (inclusief de ontbindingsvergoeding) aanspraak kon maken. Daarmee vergeleken is werkneemster niet onderbedeeld, aangezien werkgever haar na 31 januari 2012 een bedrag van € 1.510 heeft betaald van de € 1.887 (netto) waarop zij aanspraak kon maken. Het hof is ook van oordeel dat geen sprake is van betalingsonwil. Het hof overweegt voorts nog dat het beginsel van de paritas creditorum vóór faillissement niet een zodanig absolute werking toekomt als werkneemster ingang wil doen vinden.