Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nacco Materials Handling B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 23 maart 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:2116

werknemer/Nacco Materials Handling B.V.

Op grond van rapport chirurg is causaal verband tussen hernia en bedrijfsongeval komen vast te staan. Afwijken van richtlijn van de NVO is toereikend gemotiveerd.

Op 29 mei 2006 was werknemer, destijds 33 jaar oud en door Start Uitzendbureau B.V. uitgezonden, voor Nacco, de inlener, in Nijmegen als testingenieur aan het werk in een hijsvoertuig, dat Nacco aan het ontwikkelen was. Het voertuig is daarbij gekanteld, als gevolg waarvan werknemer, gezeten in de cabine van het voertuig, met cabine en al enige meters naar beneden is gevallen. Daarbij heeft hij letsel opgelopen. AIG, aansprakelijkheidsverzekeraar van Nacco, heeft aansprakelijkheid voor de schadelijke gevolgen van het ongeval erkend. Tussen partijen is in geschil of de rugklachten (hernia) van werknemer het gevolg zijn van het ongeval.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In zijn rapport van 23 september 2011 heeft chirurg X de vraag of de huidige klachten en afwijkingen op het gebied van de orthopedie redelijkerwijze als een gevolg van het ongeval zijn te beschouwen, zonder meer bevestigend beantwoord. In geschil is of, en zo ja in hoeverre, zijn brief van 21 februari 2013 aan deze conclusie afdoet. Vaststaat dat werknemer na het ongeval lijdt aan een HNP, en ook dat een richtlijn van de NVO voorschrijft dat voor het aannemen van een causale relatie tussen het ongeval en de HNP radiculaire klachten, al of niet gecombineerd met rugklachten, binnen 24 uur na het ongeval moeten zijn ontstaan en zijn gedocumenteerd, behoudens in het zich hier niet voordoende geval van coma. Uit de brief van X volgt dat aan dit vereiste in dit geval niet is voldaan. Hij schrijft immers dat onduidelijk is of de radiculaire klachten binnen 24 uur na het ongeval zijn ontstaan, dat deze niet zijn gedocumenteerd en dat daarmee strikt genomen het toekennen van een percentage invaliditeit op grond van een posttraumatische HNP vervalt. Blijkens zijn brief van 21 februari 2013 heeft X, na en in reactie op de brief van de medisch adviseur van AIG van 25 juli 2012, werknemer nogmaals uitvoerig gesproken en onderzocht op 23 september 2012 en ook informatie ingewonnen bij de huisarts van werknemer. Blijkens het verslag dat X van dit onderzoek in zijn brief heeft gedaan was dat onderzoek erop gericht duidelijkheid te verkrijgen over het moment van ontstaan van de radiculaire en rugklachten. Zekerheid daarover heeft dit onderzoek niet opgeleverd, zo volgt uit het slot van zijn brief, maar dit heeft er niet toe geleid dat X expliciet op zijn antwoord is teruggekomen. Bij deze stand van zaken moet er integendeel van uit worden gegaan dat X met de passages ‘strikt genomen’, ‘opvallend dat betrokkene dergelijke klachten heeft gekregen’ en ‘dientengevolge zou enige coulance hier wel op z’n plaats zijn’ heeft uitgedrukt dat hij bij zijn antwoord blijft, hoewel niet is voldaan aan het hiervoor bedoelde vereiste uit de richtlijn van de NVO. Gelet op het voorgaande ligt in de rede aan te nemen dat de door X opgetekende (rug)klachten en beperkingen het gevolg zijn van het ongeval. Partijen zijn het erover eens dat zij behoudens zwaarwegende bezwaren tegen de inhoud of de wijze van totstandkomen van de bevindingen van X aan deze bevindingen zijn gebonden (vgl. Gerechtshof Amsterdam 16 maart 2010, NJF 2010/261). Nacco c.s. heeft aangevoerd dat een dergelijk zwaarwegend bezwaar daarin gelegen is dat X onvoldoende (transparant) heeft gemotiveerd waarom hij van de richtlijn van de NVO is afgeweken. Geoordeeld wordt dat de motivering van de chirurg toereikend en overtuigend is, onder meer omdat uit zijn rapport van 23 september 2011 kan worden afgeleid dat X van de NVO-richtlijn is afgeweken omdat een radiculair beeld op anamnestische gronden kan worden verwacht en werknemer voor het ongeval totaal geen klachten had. Voor recht wordt verklaard dat sprake is van causaal verband tussen de (rug)klachten en beperkingen van werknemer en het ongeval.