Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Grandcafé In de Mondriaan B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 april 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:2794

werknemer/Grandcafé In de Mondriaan B.V.

Ontslag op staande voet bedrijfsleider horecabedrijf niet rechtsgeldig. Diverse verwijten ten aanzien van functioneren zijn niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is niet aan het onverwijldheidsvereiste voldaan.

Werknemer is voor bepaalde tijd in dienst van Grandcafé In de Mondriaan (hierna: In de Mondriaan). Hij is werkzaam is de functie bedrijfsleider/uitbater. Bij brief van 20 januari 2015 is hij op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief worden de verschillende redenen met betrekking tot het functioneren van werknemer genoemd. Hem wordt onder meer verweten: de onnodige inzet van personeel, het laten doorwerken van personeelsleden na afloop van hun contract voor bepaalde tijd, het feit dat personeelsleden diverse malen in het kassasysteem waren ingelogd terwijl zij niet aanwezig waren, de weigering van werknemer om dagopbrengsten te storten op de bankrekening van In de Moriaan waardoor € 12.000 zoek is en het regelmatig nuttigen van (forse hoeveelheden) alcohol onder werktijd. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet. Hij vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling. Voorts vordert werknemer betaling van achterstallig loon van € 10.000.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de Moriaan heeft haar stellingen in het licht van de gemotiveerde stellingname van werknemer onvoldoende onderbouwd, in die zin dat de aan werknemer gemaakte verwijten blijven steken in blote stellingen (het laten doorwerken van personeel na afloop van het contract voor bepaalde tijd mogelijk uitgezonderd). Dit alleen betekent al dat ervan moet worden uitgegaan dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, waarbij nog niet is toegekomen aan de beoordeling en weging van de aangevoerde verwijten. Daarbij komt nog dat van een aantal verwijten vaststaat dat de daaraan ten grondslag gelegde feiten In de Moriaan al geruime tijd voorafgaand aan 20 januari 2015 bekend waren en van de andere verwijten niet is gesteld wanneer In de Moriaan met de onderliggende feiten bekend is geworden. Dat betekent dat er tevens van uit moet worden gegaan dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is medegedeeld, hetgeen een afzonderlijke reden is om aan te nemen dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. De loonvordering wordt toegewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk wordt ontbonden, wordt de gevorderde wedertewerkstelling afgewezen. Ten aanzien van het achterstallig loon ten bedrage van € 10.000 is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat In de Moriaan dit verschuldigd is. Door werknemer is daarvoor te weinig gesteld. Bovendien is door werknemer niet weersproken dat hij zijn eigen loon aan zichzelf uitbetaalde. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.