Naar boven ↑

Rechtspraak

A c.s./Grandcafé In de Mondriaan
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 april 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:2795

A c.s./Grandcafé In de Mondriaan

Ontslag op staande voet medewerkers bediening horecabedrijf niet rechtsgeldig. Verwijten over inloggen kassasysteem en overname bedrijf door de directie ‘eruit te werken’ zijn niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is niet aan het onverwijldheidsvereiste voldaan.

Werknemers A en B zijn voor bepaalde tijd in dienst van Grandcafé In de Mondriaan (hierna: In de Mondriaan) in de functie medewerker bediening. Bij brief van 20 januari 2015 zijn zij op staande voet ontslagen. Aan het ontslag wordt ten grondslag gelegd dat de werknemers diverse malen in het kassasysteem zijn ingelogd terwijl zij niet aanwezig waren en het feit dat zij, in samenspanning met collega’s, het plan hebben opgevat het cafébedrijf over te nemen door de huidige directie ‘eruit te werken’, in welk kader A en B bijzonderheden met betrekking tot het café bekend hebben gemaakt aan derden. De werknemers beroepen zich op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet. Zij vorderen loondoorbetaling en wedertewerkstelling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de Mondriaan heeft haar stellingen in het licht van de gemotiveerde stellingname van de werknemers onvoldoende onderbouwd, in die zin dat de aan hen gemaakte verwijten blijven steken in blote stellingen. Dit alleen betekent al dat ervan moet worden uitgegaan dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, waarbij nog niet is toegekomen aan de beoordeling en weging van de aangevoerde verwijten. Daarbij komt nog dat van een aantal verwijten vaststaat dat de daaraan ten grondslag gelegde feiten al geruime tijd voorafgaand aan 20 januari 2015 bekend waren en van de andere verwijten niet is gesteld wanneer met de onderliggende feiten bekend is geworden. Dat betekent dat er tevens van uit moet worden gegaan dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is medegedeeld, hetgeen een afzonderlijke reden is om aan te nemen dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. De loonvordering wordt toegewezen. Nu beide arbeidsovereenkomsten inmiddels van rechtswege zijn geëindigd, kan een verdere beoordeling van de vorderingen tot wedertewerkstelling achterwege blijven, althans zullen deze vorderingen worden afgewezen. De door A gevorderde wettelijke verhoging wordt afgewezen voor wat betreft de maand maart 2015, aangezien de vordering op het moment van dagvaarden nog niet opeisbaar was. Ook de door B gevorderde wettelijke verhoging wordt afgewezen, omdat zij in de periode na het aan haar gegeven ontslag op staande voet inkomen heeft gegenereerd.