Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 7 april 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:1269
werknemer/X Loonbedrijf
Werknemer is vanaf 1 juni 2001 tot 1 september 2011 bij X Loonbedrijf in dienst geweest als bedrijfsleider melkveehouderij. X Loonbedrijf drijft een onderneming bestaande uit een mesthandel met een bruto-omzet van ongeveer € 1,6 miljoen, een loonbedrijf met een bruto-omzet van circa € 1,2 miljoen en een melkveehouderij (met ongeveer 65 koeien) – waar werknemer dus werkzaam was – met een veel kleinere omzet. Dit aantal koeien is teveel om te spreken van hobbymatig dieren houden, maar te weinig om te spreken van een rundveebedrijf. Hij heeft een melkquotum van 360.000 liter. De centrale vraag is of X Loonbedrijf onder het toepassingsbereik van de CAO Dierhouderij valt. Volgens de kantonrechter is dit niet het geval. Werknemer verwijst naar de wetsgeschiedenis van de AVV en stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte enkel heeft gekeken naar de activiteiten van de werkgever en niet naar het werk van de werknemer. Hij haalt de volgende passage uit de wetgeschiedenis aan: ‘Wat de werkzaamheden betreft, waarop de verbindend verklaarde bepalingen van toepassing zullen zijn, is hier niet beslissend de vraag, voor welk bedrijf de collectieve overeenkomst geldt, maar of de werkzaamheden, waarop de individuele arbeidsovereenkomsten betrekking hebben, naar haar aard onder de collectieve overeenkomst zouden vallen. Beperkt men de verbindendverklaring tot het bedrijf, waarvoor de collectieve overeenkomst geldt, dan zou zulks kunnen leiden tot uitsluiting van werkzaamheden in gemengde bedrijven, die volgens de bepalingen der collectieve overeenkomst daaronder vallen. Dit zou ontduiking van de verbindendverklaring in de hand kunnen werken’ (Kamerstukken II1936/37, 274, nr. 3, p. 5).’
Het hof oordeelt als volgt. Indien sprake is van een algemeenverbindendverklaring van die werkingssfeerbepaling is uitsluitend die bepaling beslissend voor de vraag of de (overige) algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao op de tussen werknemer en werkgever gesloten arbeidsovereenkomst van toepassing zijn (vgl. HR 27 oktober 1995, JAR 1995/253). Daarmee faalt het beroep van werknemer op artikel 2 van de Wet AVV en de hiervoor geciteerde passage uit de wetsgeschiedenis. De beslissing van Rb. Amsterdam 15 december 1993, JAR 1994/13 brengt het hof niet tot een ander oordeel.