Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/VLM Airlines Personeelsbeheer Nederland B.V.
Hoge Raad, 1 mei 2015
ECLI:NL:HR:2015:1193

werknemer/VLM Airlines Personeelsbeheer Nederland B.V.

Captain-Piloot die in strijd met de afspraken niet uitwijkt naar de ‘alternate airport’ maar eigenstandig een luchthaven uitzoekt, wordt terecht gedegradeerd tot First Officer.

(Cassatieberoep van AR 2015-0052.) Werknemer is voor onbepaalde tijd bij VLM als First Officer Fokker 50 (co-piloot) in dienst getreden. Op enig moment is werknemer gepromoveerd tot Captain. Daarna heeft VLM werknemer gedegradeerd tot First Officer, onder ‘bevriezing’ van zijn laatstelijk voordien toepasselijke salaris (in die zin dat werknemer op het bij de functie van First Officer behorende salaris een persoonlijke toeslag ontvangt tot dat bevroren niveau, welke toeslag vervolgens wordt verminderd met iedere verhoging van het First Officer salaris totdat deze toeslag aldus geheel is ‘ingelopen’). Werknemer vordert wedertewerkstelling in de oude functie en doorbetaling van loon. Daaraan legt werknemer het volgende ten grondslag. De demotie tot First Officer was ongegrond omdat hem niets kon worden verweten. Voorts is die demotie een ingrijpende maatregel die disproportioneel was en voor hem in hoge mate diffamerend. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

De advocaat-generaal (Spier) concludeert als volgt. Onder verwijzing naar het arrest van het hof concludeert de A-G dat voldoende omstandigheden zijn aangevoerd om tot degradatie te concluderen (het uitdrukkelijk negeren van een opdracht van VLM, de verschillende rapporten van deskundigen die werknemer besluiteloos en ongehoorzaam oordeelden). Het beroep van werknemer is volgens de A-G gedoemd te stranden. ’s Hofs arrest staat volgens hem als een huis. Een andere uitkomst is, uitgaande van de door het hof bijgebrachte feiten en omstandigheden, redelijkerwijs ondenkbaar. Het oordeel van het hof komt erop neer dat werknemer apert ongeschikt was als gezagvoerder, onder meer omdat hij een veiligheidsrisico was. Dat ampel onderbouwde oordeel is van feitelijke aard. Het is alleszins begrijpelijk. Welke juridische maatstaf men ook hanteert, de uitkomst zal dezelfde zijn. In cassatie probeert werknemer, daartoe bijgestaan door drie advocaten, alleen op formele gronden onder ’s hofs oordeel uit te komen. Zelfs als juist zou zijn dat VLM één of meer formele regels bij de degradatie van werknemer heeft veronachtzaamd of de in dat kader rechtens vigerende maatstaf niet loepzuiver heeft gehanteerd, blijft overeind dat het onder de door het hof genoemde omstandigheden onverantwoord zou zijn geweest om VLM te dwingen wederom met werknemer als gezagvoerder in zee te gaan. Er zijn in dat geval talloze mogelijkheden om tot dat oordeel te komen; in het uiterste geval artikel 6:248 lid 2 BW.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.