Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Van Dool Technics B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 28 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:931

werknemer/Van Dool Technics B.V.

Geen sprake van een voorgewende ontslagreden (reorganisatieontslag ten behoeve van verkoop in plaats van bedrijfseconomische redenen). Ontslagvergoeding conform sociaal plan aan bestuurder die bijna drie keer meer verdient dan het normbedrag uit het sociaal plan leidt mogelijk tot een kennelijk onredelijke opzegging. Geringe betekenis www.hoelangwerkloos.nl.

Werknemer is in 1974 in dienst getreden bij Van Dool. In 1989 is werknemer in dienst getreden bij een zusteronderneming, Van Dool Constructies B.V. Hij is daar statutair bestuurder geworden. Zijn arbeidsovereenkomst is in 1990 overgeheveld naar Van Dool Technics. Werknemer was, naast zijn bestuurderschap van Van Dool Constructies, laatstelijk werkzaam als Directeur Verkoop. Zijn salaris bedroeg € 10.057 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag, tantième en winstuitkering. Van Dool Constructies en Van Dool Technics zijn beide werkmaatschappijen van Van Dool Beheer B.V. Van Dool Constructies houdt zich bezig met toelevering van gevelsystemen in aluminium, staal en kunststof. Van Dool Technics heeft als enige activiteit het ter beschikking stellen van personeel aan Van Dool Constructies. In december 2012 is werknemer op non-actief gesteld in verband met een komende reorganisatie. Tevens is hij ontslagen als bestuurder van Van Dool Constructies. Van Dool Technics heeft vervolgens voor werknemer en 37 andere werknemers een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV. De door Van Dool Technics opgegeven reden voor deze aanvraag was de slechte financiële situatie bij de werkmaatschappijen veroorzaakt door de economische crisis in de bouwsector. Werknemer stelt zich op het standpunt dat het wel meevalt met de financiële situatie. Het UWV heeft toestemming gegeven voor het ontslag. Aan werknemer is een vergoeding conform het sociaal plan meegegeven van in totaal € 47.250 bruto, te voldoen gedurende een periode van twaalf maanden, dat wil zeggen € 3.937,50 bruto gedurende een periode van twaalf maanden. Daarnaast had hij aanspraak op een WW-uitkering. Op 5 juni 2013 is bekendgemaakt dat Van Dool Beheer B.V. de beide werkmaatschappijen had verkocht aan NDM Noordelijke Deelneming Maatschappij B.V. (hierna: NDM) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Volgens werknemer is de opzegging kennelijk onredelijk, want er zou sprake zijn van een voorgewende reden.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft onvoldoende bestreden dat in 2012 de omvang van de ingreep tot bezuinigingen ertoe heeft geleid dat veel personeel van de afdeling Verkoop ontslagen moest worden. Voorts heeft werknemer onvoldoende gesteld om de uitwisselbaarheid van functie tussen Directeur Verkoop en Directeur Algemeen aan te nemen. Van Dool Technics heeft ten slotte bestreden dat zij tot de reorganisatie is overgegaan om de werkmaatschappijen aan NDM te kunnen verkopen. Naar het oordeel van het hof heeft werknemer ook die stelling, zeker in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Werknemer blijft steken in veronderstellingen, die voornamelijk gebaseerd zijn op zijn niet bewezen stelling dat de financiële toestand van de werkmaatschappijen veel minder slecht was dan uit de door Van Dool Technics overgelegde cijfers blijkt.

Met betrekking tot het gevolgencriterium oordeelt het hof als volgt. De vergoeding die werknemer op grond van het sociaal plan heeft ontvangen acht het hof zodanig laag, dat er ten aanzien van werknemer sprake zou kunnen zijn van een kennelijk onredelijk ontslag. Daarbij betrekt het hof de lengte van het dienstverband van werknemer, zijn leeftijd ten tijde van einde dienstverband en de zeer ongunstige positie op de arbeidsmarkt gegeven de lengte van het dienstverband en het feit dat hij bij zijn werkgever is opgeklommen van monteur tot directeur. Voorts is het voor het hof niet duidelijk in hoeverre de gestelde outplacementbegeleiding voor werknemer passend was. Het hof is niet ervan overtuigd dat het sociaal plan voor deze specifieke arbeidsrelatie een redelijke voorziening geeft, nu werknemer ongeveer tweeënhalf maal het maximumdagloon ontving, hetgeen – vermoedelijk – heel anders lag bij de overige werknemers die op hetzelfde moment zijn ontslagen en op grond van het sociaal plan een ontslagvergoeding hebben ontvangen. Tegen deze achtergrond zal het hof Van Dool Technics toelaten nader toe te lichten hoe de ontslagvergoeding die werknemer heeft ontvangen zich verhoudt tot de overige vergoedingen die in het kader van het sociaal plan zijn betaald. Daarbij merkt het hof op dat de enkele omstandigheid dat de vergoeding overeenkomt met de berekening van www.hoelangwerkloos.nl niet wil zeggen dat de vergoeding ook passend en toereikend is.