Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 21 januari 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:1829
werknemer/Burg Non Food B.V.
Werknemer (48 jaar) is op 25 januari 1999 bij (de rechtsvoorgangster van) Burg in dienst getreden. Hij is werkzaam in de functie Lijnoperator B. Werknemer heeft kritiek op de wijze waarop leiding wordt gegeven binnen Burg. Hij is onder meer van mening dat leidinggevende Y geen goede leidinggevende is. Op vrijdag 24 oktober 2014 heeft werknemer ’s avonds twee whatsappberichten gestuurd aan een uitzendkracht. Deze berichten bevatten een foto van een grafsteen met als tekst ‘Y Voor altijd weg door de servercrash maar voorgoed in ons hart’ en een foto van een lijkwagen met de tekst ‘Y hol schon mal den Wagen’. Op maandag 27 oktober 2014 heeft Burg werknemer op staande voet ontslagen vanwege deze berichten. Op 28 oktober 2014 heeft Burg het ontslag op staande voet schriftelijk bevestigd, waarbij wordt verwezen naar artikel 7:678 lid 2 onderdeel e juncto onderdeel k BW. In de onderhavige procedure beroept werknemer zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Hij betwist dat sprake is van een dringende reden.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zijn de aangevoerde (persoonlijke) omstandigheden, zoals zijn leeftijd, de duur van zijn dienstverband en zijn staat van dienst, op zichzelf onvoldoende gewichtig om op grond daarvan aannemelijk te achten dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan dat het ontslag op staande voet van 27 oktober 2014 een rechtsgrond ontbeert. Wel acht de kantonrechter het niet onaannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het ontslag op staande voet geen stand kan houden. De inhoud van de berichten is voor meerdere uitleg vatbaar. De whatsappberichten, waarmee werknemer weliswaar de grens van het betamelijke heeft overschreden door het gebruik van de afbeeldingen, verdienen door de daarbij gevoegde teksten niet de (ernstige) kwalificatie van een regelrechte bedreiging. Daarbij is van belang dat werknemer de whatsappberichten niet aan Y zelf heeft verstuurd en dat niet duidelijk is hoe Y, op wie de berichten betrekking hebben, die berichten heeft opgevat. Een verklaring van Y zelf ontbreekt en uit de enkele stelling van Burg dat Y heeft aangegeven niets meer met de kwestie te maken te willen hebben, kan niet worden afgeleid of Y zich door die berichten daadwerkelijk beledigd, gekrenkt of bedreigd heeft gevoeld. Volgt toewijzing van de loonvordering.