Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Beko Nederland B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 13 mei 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:3201

werknemer/Beko Nederland B.V.

Werkgever voldoet aan aanzegverplichting zoals opgenomen in de CAO voor de Groothandel in Levensmiddelen door bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een einddatum overeen te komen. Toepasselijkheid nieuw artikel 7:668 (Wwz) leidt niet tot ander oordeel.

Werknemer is op 1 januari 2014 voor bepaalde tijd in dienst getreden van Beko in de functie magazijnmedewerker. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de Groothandel in Levensmiddelen (hierna: de cao) van toepassing. In artikel 1.2 van de arbeidsovereenkomst staat opgenomen dat de arbeidsovereenkomst op 31 december 2014 van rechtswege eindigt. In artikel 1.3 staat het volgende: ‘Conform de bepaling in artikel 17.3 van de CAO Groothandel in Levensmiddelen wordt werknemer reeds nu de verlangde duidelijkheid verstrekt, dat het dienstverband conform de overeengekomen datum in artikel 1.2 wordt beëindigd.’ In artikel 17.3 van de cao wordt bepaald dat indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan, de werknemer uiterlijk twee periodes voorafgaand aan het dienstverband duidelijkheid wordt gegeven over voortzetting of beëindiging van het dienstverband. Op 4 december 2014 heeft de vestigingsmanager van Beko aan werknemer meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Als reden heeft Beko daarvoor opgegeven dat werknemer bovenmatig veel ziektedagen had, dat er klachten van klanten waren en dat hij in drie gevallen schade had gereden tot een bedrag van € 6.000. Werknemer heeft de nietigheid van artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst ingeroepen omdat hem in tegenstelling tot dat artikel bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst uitzicht op een vaste dienstbetrekking is geboden en niet ten nadele van de werknemer van de cao mag worden afgeweken. Werknemer stelt dat Beko op grond van de redelijkheid en billijkheid dan wel artikel 7:611 BW de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2015 met één jaar dient te verlengen. Subsidiair verzoekt werknemer toekenning van twee maandsalarissen, waarbij hij aansluiting heeft gezocht bij het nieuwe – per 1 januari 2015 in werking getreden – artikel 7:668 lid 3 BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet gezegd kan worden dat ten nadele van de werknemer is afgeweken van artikel 17.3 van de cao. Aan de door dat artikel vereiste aanzegverplichting aan de werknemer heeft Beko immers voldaan met artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst. Werknemer verbindt daaraan ten onrechte de gevolgtrekking dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst dan wel het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Beko reeds van de baan was door dit beding bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Terecht voert Beko aan dat het hier alleen gaat om het geven van de door de cao vereiste duidelijkheid, maar dat de bepaling niet wegneemt dat partijen gedurende de loop van de arbeidsovereenkomst alsnog kunnen en mogen beslissen de arbeidsovereenkomst in enigerlei vorm voort te zetten. Het beroep van werknemer op de nietigheid van artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst faalt.

Het beroep op dwaling gaat niet op nu het met artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst nakomen van de aanzegverplichting er niet aan in de weg staat om gedurende de loop van de arbeidsovereenkomst de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te verlengen dan wel aansluitend een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan. Ook in het geval artikel 7:668 (nieuw) BW van toepassing zou zijn, zou het oordeel niet anders zijn, nu er geen sprake zou zijn van strijd met een dwingende wetsbepaling die strekt ter bescherming van een der partijen (de werknemer) bij een meerzijdige rechtshandeling. Terecht heeft Beko gewezen op het commentaar van de minister dat deze bepaling in zoverre twee kanten uitwerkt dat de werkgever aan zijn kant het risico loopt dat een werknemer, die hij had willen behouden vroegtijdig vertrekt. Daaruit volgt dat een werkgever tegelijkertijd met het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd al aan zijn aanzegverplichting kan voldoen. De arbeidsovereenkomst is per 31 december 2014 rechtsgeldig geëindigd.