Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 20 mei 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:4176
werkneemster/MainBusiness B.V.
Werkneemster is op 1 januari 2011 bij Mainbusiness in dienst getreden als managementassistente. Mainbusiness heeft een ontbindingsverzoek wegens bedrijfseconomische redenen ingediend (zie AR 2015-0470). Werkneemster verzoekt betaling van achterstallig loon vanaf 1 februari 2015.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De door Mainbusiness gestelde betalingsonmacht komt voor haar rekening en risico en kan niet aan werkneemster worden tegengeworpen. Mainbusiness heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Nu Mainbusiness aldus de vorderingen van werkneemster niet heeft weersproken, is zij gehouden om haar (betalings)verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst met werkneemster na te komen. Mainbusiness zal mitsdien worden veroordeeld tot betaling van het loon aan werkneemster vanaf 1 februari 2015. Omdat in de beschikking d.d. 20 mei 2015 de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2015 wordt ontbonden, zal Mainbusiness worden veroordeeld om tot die datum het loon aan werkneemster te voldoen. Werkneemster heeft in het petitum van haar dagvaarding de omvang van het door haar gevorderde maandloon niet nader gespecificeerd. Om die reden zal een bedrag van € 3.400 bruto per maand worden toegewezen (zijnde het bruto maandloon exclusief vakantiebijslag en emolumenten).