Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Hornbach Bouwmarkt (Nederland) B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 22 mei 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:2530

werkneemster/Hornbach Bouwmarkt (Nederland) B.V.

Zwaarder drukken concurrentiebeding. Snelle promotie van kassière naar hoofd servicebalie en kassagroep lag niet in de lijn der verwachtingen. Schorsing concurrentiebeding.

Werkneemster is met ingang van 10 juni 2002 bij Hornbach in dienst getreden als medewerker servicebalie voor de vestiging van Hornbach te Groningen. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Per 1 februari 2003 is de functie van werkneemster gewijzigd naar eerste kassière, waarbij haar salaris is verhoogd. Op 22 juli 2003 is haar arbeidsovereenkomst omgezet naar onbepaalde tijd. Daarbij is werkneemster gepromoveerd van eerste kassière naar hoofd servicebalie en kassagroep en is zij leiding gaan geven aan 20 tot 30 medewerkers. Haar salaris is bij die gelegenheid opnieuw verhoogd. In 2013 heeft Hornbach werkneemster gevraagd ‘vaktrainer kassa’ te worden. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Vanaf eind februari 2014 is de functie van hoofd servicebalie uit het takenpakket van werkneemster gehaald en vervult zij alleen nog de functie van hoofd kassagroep. Werkneemster heeft vervolgens gesolliciteerd bij Bauhaus. Dit heeft erin geresulteerd dat haar de functie van hoofd kassa & servicebalie is aangeboden bij een nieuw te openen vestiging. Hornbach weigert werkneemster te ontheffen van het concurrentiebeding. Werkneemster vordert vernietiging, schorsing of matiging van het concurrentiebeding,

De kantonrechter is van oordeel dat er een gerede kans bestaat dat een bodemrechter zal oordelen dat werkneemster onbillijk wordt benadeeld door het non-concurrentiebeding. Aan dit voorlopige oordeel liggen de volgende overwegingen ten grondslag. Het non-concurrentiebeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst die partijen zijn aangegaan op 9 juni 2002. Bij die gelegenheid is werkneemster in dienst getreden als medewerker servicebalie. Vast staat dat zij met ingang van 22 juli 2003, na enige tijd als eerste kassière werkzaam te zijn geweest, de functie van hoofd servicebalie en kassagroep is gaan vervullen. Een dergelijke snelle promotie lag niet in de lijn der verwachtingen. Deze promotie heeft de arbeidsverhouding tussen partijen ingrijpend gewijzigd. Werkneemster heeft na haar promotie zwaardere verantwoordelijkheden gekregen en heeft een leidinggevende positie verworven. Als gevolg daarvan is het non-concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaan drukken: het is voor werkneemster, indien zij wordt gehouden aan dat beding, beduidend moeilijker als leidinggevende elders een vergelijkbare functie te verwerven dan als medewerker servicebalie. Dit betekent dat Hornbach ten tijde van de promotie naar hoofd servicebalie en kassagroep opnieuw schriftelijk een non-concurrentiebeding met werkneemster had moeten overeenkomen. Vast staat dat dit niet is gebeurd. Daar komt bij dat werkneemster een deel van haar functie, namelijk hoofd servicebalie, al ruim een jaar niet meer vervult. Vooralsnog valt dan ook niet in te zien waarom Hornbach er schade van zou ondervinden indien werkneemster de functie van hoofd servicebalie bij Bauhaus gaat vervullen, gelet op de overeengekomen duur van het non-concurrentiebeding van 1 jaar. Verder kan werkneemster zich verbeteren door bij Bauhaus de functie van hoofd servicebalie te gaan vervullen, nu zij dat deel van haar functie bij Hornbach niet meer vervult. Verder heeft werkneemster onweersproken gesteld dat in een functioneringsverslag staat dat er voor haar bij Hornbach geen mogelijkheden meer zijn om zich verder te ontwikkelen. Integendeel, de functie van werkneemster is uitgekleed en in dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat de wijze waarop haar dat is meegedeeld geen schoonheidsprijs verdient. Vervolgens zijn haar wel toezeggingen gedaan om haar takenpakket weer uit te breiden, maar zijn deze toezeggingen niet nagekomen. Tot slot is in dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden dat werkneemster over dusdanig gevoelige bedrijfsinformatie beschikt dat Bauhaus daar haar voordeel mee kan doen, gelet op de aard en inhoud van de functie die zij nu bij Hornbach vervult. De voorgaande overwegingen leiden ertoe dat de kantonrechter, bij wijze van voorlopige voorziening, het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding met onmiddellijke ingang zal schorsen. De vorderingen van Hornbach in reconventie worden afgewezen.