Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/WOZL Ondersteuning B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 juni 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:4423

werkneemster/WOZL Ondersteuning B.V.

Toepassing Van Tuinen-arrest leidt tot oordeel dat sprake is van opvolgend werkgeverschap en een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Geen grond voor anticiperen op Wwz.

Werkneemster is op 1 april 2010 in dienst getreden van Licom. Licom is in 1996 opgericht door elf in de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg (hierna: GR-WOZL), deelnemende gemeenten binnen Parkstad en Heuvelland. Ook GR-WOZL is door deze elf gemeenten opgericht. Kort gezegd voert GR-WOZL namens deze gemeenten de Wet Sociale Werkvoorziening uit. Op 19 oktober 2012 is Licom in staat van faillissement verklaard. GR-WOZL heeft een groot deel van de activiteiten van Licom overgenomen. Daartoe is een koopovereenkomst gesloten. De activiteiten van Licom werden in tien afzonderlijke besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid ondergebracht. GR-WOZL is enig bestuurder en aandeelhouder van deze besloten vennootschappen. WOZL Ondersteuning is één van deze besloten vennootschappen. GR-WOZL heeft werkneemster een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar aangeboden, die zij heeft aanvaard. Op 13 augustus 2013 is aan werkneemster kenbaar gemaakt dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt verlengd. Werkneemster stelt onder verwijzing naar het Van Tuinen-arrest dat sprake is van opvolgend werkgeverschap en dat zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, die niet rechtsgeldig is beëindigd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan werkneemster stelt, is er geen grond om te anticiperen op de bepalingen van de Wwz die op 1 juli 2015 in werking treden. Op het moment dat werkneemster eind 2012 bij WOZL in dienst trad, was nog niet duidelijk dat de redactie van artikel 7:668a lid 2 BW zou komen te luiden zoals die uiteindelijk in de Wwz (en daarmee in het BW) terecht is gekomen. Dit betekent dat er in casu getoetst zal worden aan de voorwaarden die de Hoge Raad in het Van Tuinen-arrest heeft gegeven en waarop partijen in de aanloop naar alsook op 19 oktober 2012 konden en moesten anticiperen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat aan de eerste voorwaarde van het Van Tuinen-arrest - namelijk dat de nieuwe arbeidsovereenkomst wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eist als de vorige arbeidsovereenkomst - is voldaan. Wel staat ter discussie of tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgever zodanige banden bestaan dat het door die laatste op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever (deze voorwaarde wordt ook wel aangeduid als het “banden-criterium”). Met WOZL is de kantonrechter van oordeel dat eerst dient te worden beoordeeld of aan het banden-criterium is voldaan en dat, indien dat niet het geval is, vervolgens moet worden beoordeeld of de nieuwe werkgever langs andere weg zelf inzicht in de hoedanigheden en geschiktheid van de werknemer heeft verkregen. Partijen zijn in hun processtukken ook van deze “tweetrapsbenadering” uitgegaan.

In september 2012 is een crisisteam opgericht, dat werd bemenst door ambtenaren van in de WOZL deelnemende gemeenten. Ter comparitie en bij dupliek heeft WOZL gesteld dat het selectiecriterium op 15 oktober 2012 was dat de te selecteren mensen de juiste “mindset” moesten hebben. De vraag of werknemers de juiste “mindset” hadden, komt volgens de kantonrechter neer op de vraag of de cao-medewerkers (personen die zonder wsw-indicatie de uitvoering van de wsw verzorgden) die voorheen bij Licom werkzaam waren, ook geschikt werden geacht voor een functie binnen WOZL. Het resultaat van de selectie op 15 oktober 2012 was dat aan 65 mensen de juiste “mindset” voor een functie binnen WOZL werd toegedicht. Het team dat volgens WOZL met de “definitieve selectiemethodiek” op 18 oktober 2012 tot 115 namen kwam (toen duidelijk werd dat 115 een harde eis van de curatoren was), bestond uit leden van het crisisteam, waaronder twee voorzitters van de wsw- cliëntenraden. Dit waren dezelfde personen die reeds op 15 oktober 2012 65 cao-medewerkers van Licom geschikt hadden bevonden (de juiste “mindset” hadden toegedicht) voor een functie binnen WOZL. De selectieresultaten van dit team, waarvan het aantal leden steeds werd uitgebreid, kunnen zonder meer aan WOZL worden toegerekend. Doelstelling van het team was immers om voor WOZL geschikte medewerkers te selecteren uit de groep van voorheen voor Licom werkzame cao-medewerkers. Aldus moet ten aanzien van de 65 medewerkers die op 15 oktober 2012 de juiste “mindset” werd toegedicht, worden geoordeeld dat er zodanige banden tussen WOZL en Licom bestonden, dat het door de laatste op grond van haar ervaringen met die 65 werknemers verkregen inzicht in hun hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook aan WOZL moet worden toegerekend. Ook ten aanzien van de werknemers die niet behoorden tot de 65 werknemers met de gebleken juiste “mindset”, is aan het banden-criterium van het Van Tuinen-arrest voldaan. WOLZ heeft namelijk de mogelijkheid gehad om de digitale personeelsdossiers van Licom werknemers in te zien vóórdat Licom failleerde (dus tot en met 18 oktober 2012). Ten aanzien van werkneemster heeft WOLZ dus als opvolgend werkgever te gelden. Voor recht wordt verklaard dat de arbeidsovereenkomst ook na 18 oktober 2013 is blijven voortbestaan. Werkneemster dient binnen veertien dagen weer tot het werk te worden toegelaten. Er is – onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2006, NJ 2007/101 – geen grond voor (overeenkomstige) toepassing van artikel 7:680a BW op een geval als het onderhavige, waarin in geschil is of een arbeidsovereenkomst van rechtswege is afgelopen. Het beroep op matiging van de loonvordering op grond van het bepaalde in artikel 7:680a BW kan mitsdien niet slagen. (Red: zie voor de procedures van de andere werknemers, waarin de kantonrechter tot hetzelfde oordeel komt: ECLI:NL:RBLIM:2015:4791, ECLI:NL:RBLIM:2015:4792, ECLI:NL:RBLIM:2015:4795, ECLI:NL:RBLIM:2015:4796, ECLI:NL:RBLIM:2015:4797, ECLI:NL:RBLIM:2015:4798, ECLI:NL:RBLIM:2015:4799, ECLI:NL:RBLIM:2015:4800 ECLI:NL:RBLIM:2015:4793, ECLI:NL:RBLIM:2015:4794, ECLI:NL:RBLIM:2015:4801, ECLI:NL:RBLIM:2015:4802, ECLI:NL:RBLIM:2015:4803  ECLI:NL:RBLIM:2015:4805, ECLI:NL:RBLIM:2015:4806).