Naar boven ↑

Rechtspraak

Connect Trans BV/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 3 februari 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1105

Connect Trans BV/werknemer

Bewijslast overeengekomen vaststellingsovereenkomst na ontslag op staande voet, rust op werkgever.

Werknemer is ingevolge een voor de bepaalde tijd van een jaar aangegane arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2012 als chauffeur in dienst van Connect Trans getreden. Hem werd door Connect Trans voor de uitvoering van zijn werkzaamheden een bestelbus met een tankpas ter beschikking gesteld. Op 25 februari 2013 heeft de middellijk bestuurder van Connect Trans werknemer aangesproken op ongeoorloofd gebruik van de tankpas en hebben partijen ook gesproken over een beƫindiging van de arbeidsovereenkomst. Op 2 maart 2013 heeft een volgend gesprek plaatsgevonden tussen dezelfde personen. Op 8 maart 2013 is werknemer op staande voet ontslagen en zijn de bestelbus en tankpas ingenomen. In eerste aanleg heeft de kantonrechter het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig geoordeeld. In hoger beroep stelt Connect Trans zich op het standpunt dat in plaats van ontslag op 8 maart, partijen in februari een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten met einddatum 8 maart 2013. De hiervan opgemaakte schriftelijke overeenkomst is ter bescherming van werknemers belang bij een werkloosheidsuitkering op 31 januari 2013 gedateerd, door beide partijen getekend en door Connect Trans bij haar memorie van grieven in het geding gebracht. Dat van de vaststellingsovereenkomst in eerste aanleg geen gewag gemaakt werd, schrijft Connect Trans daaraan toe dat zij de overeenkomst kwijtgeraakt was.

Het hof oordeelt als volgt. De bewijslast ten aanzien van het bestaan van de door Connect Trans gestelde en door werknemer betwiste vaststellingsovereenkomst rust op Connect Trans. Connect Trans slaagt niet in dit bewijs.