Naar boven ↑

Rechtspraak

Tromp/X Packaging Company BV
Hoge Raad, 19 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1685

Tromp/X Packaging Company BV

Werknemer stelt onvoldoende voor arbeidsgeschiktheid naast IVA-uitkering. Kennelijk onredelijk ontslag na valse reden.

(Cassatieberoep van AR 2014-0416.) Werknemer (geboren 1963) is op 2 september 2003 in dienst getreden van Packaging in de functie van vorkheftruckchauffeur. Werknemer is op 5 september 2008 uitgevallen wegens ziekte nadat bij hem een schildkliercarcinoom was geconstateerd. Na een jaar van arbeidsongeschiktheid heeft hij vanaf september 2009 zijn werkzaamheden hervat, eerst voor een beperkt aantal uren per dag, vanaf november 2009 volledig. Packaging heeft werknemer, op advies van de bedrijfsarts, niet arbeidsgeschikt gemeld. Dit advies d.d. 9 december 2009 (Bijstelling Probleemanalyse WIA), luidt: ‘Ondanks het feit dat cliënt nu volledig hervat is in zijn eigen werk, blijft staan dat cliënt niet volledig genezen is en er daarmee een verhoogde kans bestaat dat cliënt op enig moment in de toekomst opnieuw uit zal vallen. Daarom blijft mijn advies dat de wachttijd wel volgemaakt zal worden dan ook staan. Dat wil zeggen dat cliënt niet volledig hersteld gemeld zal worden (…)’ In april 2010 is werknemer weer uitgevallen wegens ziekte, maar heeft na enkele dagen zijn werkzaamheden weer voor halve dagen hervat. Op 26 mei 2010 heeft werknemer zich volledig arbeidsongeschikt gemeld. Nadien heeft hij zijn werkzaamheden niet meer hervat. Op 8 oktober 2010 heeft Packaging voor werknemer ontslag aangevraagd bij UWV WERKbedrijf. Na verkregen toetstemming is de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2011 opgezegd. Het hof heeft geoordeeld dat vanwege de werkhervatting van werknemer een nieuwe periode van artikel 7:629 BW was aangevangen en het ontslag derhalve op een valse grond heeft plaatsgevonden. Vanwege de IVA-uitkering die werknemer genoot, is de wedertewerkstelling niet toegewezen. Wel heeft het hof een schadevergoeding gelijk aan het inkomensverlies tot aan de datum van de verlengde loondoorbetaling (mei 2012) toegewezen. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in cassatie.

De advocaat-generaal (Spier) concludeert als volgt. Het feit dat werknemer een IVA-uitkering genoot, brengt met zich dat herstel niet (op korte termijn) in de rede lag. Derhalve heeft het hof terecht geoordeeld dat werknemer niet aan zijn stelplicht heeft voldaan met betrekking tot de werkhervatting. Niet valt uit te sluiten dat zelfs bij volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van IVA sprake kan zijn van een situatie waarin de werkgever toch passende arbeid zal moeten aanbieden. Maar dan is wel vereist dat de werknemer concreet aangeeft welke werkzaamheden hij nog zou (hebben) kunnen verrichten. De A-G concludeert tot 81 RO.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.