Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/DBO Finance
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 juni 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:2189

werkneemster/DBO Finance

Schuldbekentenis van minderjarige werkneemster opgesteld na betrapping diefstal, is nietig wegens misbruik van omstandigheden.

Werkneemster (geboren 1992) is vanaf medio 2008 tot en met 12 september 2008 werkzaam geweest bij Supermarkt X. Op 12 september 2008 is werkneemster betrapt op het wegnemen van een bedrag van ongeveer € 150 uit een van de kassa’s van het filiaal. Op dezelfde dag heeft werkneemster ook een schuldbekentenis, met als bijlage een handgeschreven verklaring, ondertekend, waarin zij zich heeft verbonden het bedrag van € 9.000, vermeerderd met de kosten van buitengerechtelijke inning en rente van 1% per maand in maandelijkse termijnen van € 150 te voldoen. Deze vordering is overgedragen aan DBO Finance. Volgens werkneemster is deze schuldbekentenis door middel van misbruik van omstandigheden tot stand gekomen.

Het hof oordeelt als volgt. Als niet of niet voldoende betwist staat het volgende vast. Werkneemster was bij de totstandkoming van de schuldbekentenis en ‘verdachtenverklaring’ 16 jaar oud. Zij was vlak daarvoor op heterdaad betrapt op het wegnemen van geld uit de kassa. Zij is meegenomen naar het kantoor van de bedrijfsleider en daar door hem en de assistent-bedrijfsleider beschuldigd van het in een periode van een paar maanden wegnemen van geld uit de kassa. Tijdens het verblijf in het kantoor heeft werkneemster de bedrijfsleider en de assistent-bedrijfsleider verteld van haar wens een opleiding bij defensie te volgen en van haar vrees dat een aangifte bij de politie en een mogelijk daaruit volgend strafblad haar wens in de weg zouden staan. Naar het oordeel van het hof bevond werkneemster zich aldus in een benarde situatie, zowel vanwege het op heterdaad betrapt zijn en de confrontatie met de twee mannen in het kantoor en met hun bevindingen, alsook vanwege de angst voor een aangifte bij de politie. Werkneemster was afhankelijk van de bedrijfsleider en de assistent-bedrijfsleider vanwege het feit dat werkneemster werkneemster was en beide anderen haar leidinggevenden én vanwege het feit dat werkneemster 16 jaar oud was en beide anderen volwassen. Verder staat als niet of niet voldoende betwist vast dat werkneemster niet eerder is geconfronteerd met de beschuldigingen en aldus onvoorbereid was en overvallen door de gang van zaken, dat zij zichtbaar emotioneel was (zij huilde), dat zij uren in het kantoor heeft gezeten en dat zij geen vertrouwenspersoon of jurist heeft geraadpleegd voordat zij de schuldbekentenis en de ‘verdachtenverklaring’ tekende, met alle vergaande juridische consequenties van dien. Het hof acht het voorts aannemelijk dat de schuldbekentenis en de ‘verdachtenverklaring’ zonder de bijzondere omstandigheden niet of niet op dezelfde voorwaarden tot stand zouden zijn gekomen. Als niet of niet voldoende betwist staat vast dat de bedrijfsleider en de assistent-bedrijfsleider op de hoogte waren van de hiervoor genoemde bijzondere omstandigheden. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de schuldbekentenis en de ‘verdachtenverklaring’ door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen. Nu na vernietiging van de schuldbekentenis en ‘verdachtenverklaring’ de bewijskracht van die bescheiden op dit punt is aangetast, dient DBO te bewijzen dat werkneemster met haar handelen een schade heeft veroorzaakt van € 9.000.