Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 juni 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:4476
Fondel Staff B.V./werknemer
Na eerst bij Fondel gedetacheerd te zijn geweest, heeft werknemer op 1 oktober 2014 van Fondel het voorstel gekregen om voor de duur van een jaar in de functie Financial Controller Commodities in dienst te treden. Op 2 oktober 2014 is werknemer ziek uitgevallen. Op 9 oktober 2014 heeft hij getracht zijn werkzaamheden te hervatten, maar is diezelfde dag kort daarna weer ziek naar huis gegaan. Op 13 oktober 2014 is werknemer naar het kantoor van Fondel gekomen en heeft hij de arbeidsovereenkomst ondertekend. Op 31 december 2014 heeft een psycholoog vastgesteld dat werknemer een depressie en een burn-out heeft en dat een behandelperiode van zes maanden wordt verwacht. Volgens Fondel had werknemer Fondel bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst moeten informeren over zijn gezondheidsproblemen. Fondel verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst en stelt dat het verzwijgen van de gezondheidsproblemen een dringende reden voor ontbinding oplevert. Subsidiair stelt Fondel dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer nog altijd ziek is ten tijde van indiening van het onderhavige voorwaardelijke ontbindingsverzoek. Gelet op de reflexwerking van de opzegverboden en de vergewisplicht van artikel 7:685 lid 1 BW, kan het onderhavige ontbindingsverzoek niet worden ingewilligd, tenzij zich omstandigheden voordoen die een zodanig gewichtige reden vormen dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve toch behoort te eindigen. Het verzwijgen van een kwaal waarover de werkgever geen daarop gerichte vraag heeft gesteld, is een dringende reden als de werknemer wist of had moeten begrijpen dat hij vanwege de kwaal ongeschikt was voor de betrekking. Dat werknemer ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst wist of begreep dat hij ongeschikt was voor het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden, is niet althans onvoldoende komen vast te staan. Van belang daarbij is dat Fondel haar standpunt baseert op hetgeen door werknemer in de op 17 oktober 2014 en 30 januari 2015 met X gevoerde gesprekken naar voren zou zijn gebracht. Nu werknemer de inhoud van de door X van de gesprekken opgemaakte verslagen heeft betwist, kan derhalve niet zonder meer van de juistheid daarvan worden uitgegaan. Daarbij komt dat werknemer naar eigen zeggen vanaf 2 oktober 2014 daadwerkelijk griep had en niet is gebleken dat de psychische klachten eerder tot ziekteverzuim hebben geleid of hem anderszins hebben belet zijn werkzaamheden adequaat uit te voeren. Een dringende reden voor ontbinding kan niet worden aangenomen. De door Fondel subsidiair gestelde vertrouwensbreuk is gegrondvest op het standpunt dat werknemer Fondel op het verkeerde been heeft gezet ten aanzien van het kunnen gaan verrichten van de overeengekomen werkzaamheden door er niet over te spreken. Zoals reeds is overwogen kan werknemer daarvan geen verwijt worden gemaakt. Niet aannemelijk is geworden dat werknemer opzettelijk en bewust psychische klachten die hem in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden zouden kunnen gaan belemmeren heeft verzwegen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek (red.: in een andere procedure is geoordeeld dat Fondel de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd (zie AR 2015-0561)).