Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Dop Heets Del B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 16 juni 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:4366

werknemer/Dop Heets Del B.V.

Commerciële overeenkomst naast arbeidsovereenkomst. Arbeidsovereenkomst is twee keer stilzwijgend verlengd, maar er is geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan.

Werknemer was een van de vennoten van VOF Dop Heets Del. Deze VOF exploiteerde een gastaccommodatie voor paardenliefhebbers in een gehuurde bedrijfsruimte onder de naam ‘Dop Heets Del’. Toen de financiering van de bedrijfsruimte niet rond kwam, heeft een verkoop aan Dop Heets Del BV (hierna: DHD) plaatsgevonden. Op 10 april 2012 is in een overeenkomst onder meer vastgelegd dat werknemer voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2012 in dienst treedt van DHD. In september 2013 is werknemer ziek geworden. Kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en of werknemer recht heeft op loondoorbetaling vanaf 1 januari 2014. Werknemer heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de arbeidsovereenkomst drie keer voor dezelfde duur (negen maanden) stilzwijgend is verlengd, namelijk op 1 januari 2013, op 1 oktober 2013 en op 1 juli 2014. Werknemer stelt vanaf 1 januari 2014 recht te hebben op loon op grond van artikel 7:629 BW. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen.

Het hof oordeelt als volgt. Het verweer van DHD dat artikel 6:248 lid 2 BW zich ertegen verzet dat werknemer materieelrechtelijk en bewijsrechtelijk een beroep kan doen op alle ‘voordelen’ die het arbeidsrecht hem biedt wordt verworpen. De door DHD aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om de zware toets van artikel 6:248 lid 2 BW te kunnen doorstaan. Doorslaggevend is dát partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten, hetgeen meebrengt dat alle ter zake relevante wettelijke bepalingen onverkort van toepassing zijn. Tussen partijen staat vast dat de (eerste) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die gold voor de periode 1 april 2012 tot en met 31 december 2012, na 31 december 2012 is voortgezet. Uit de eigen stellingen van DHD kan worden afgeleid dat er kennelijk eind 2012 noch sprake was van een situatie zoals bedoeld in artikel 5.2 van de overeenkomst van 10 juli 2012 (werknemer zou bij een positief resultaat kunnen deelnemen als aandeelhouder in DHD en zou statutair directeur worden), noch van een situatie zoals bedoeld in artikel 5.3 van deze overeenkomst (bij een negatief resultaat zou de samenwerking tussen partijen eindigen en zou de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigen en niet verlengd worden), aangezien partijen geen uitvoering hebben gegeven aan deze afspraken. Het beroep van DHD op de door haar gestelde ‘aannemelijkheid’ van de – het hof begrijpt – automatische koppeling tussen de voortzetting van de commerciële samenwerking die betrekking had op de exploitatie van DHD (volgens DHD voor een jaar, hetgeen werknemer gemotiveerd heeft betwist) en de verlenging van de arbeidsovereenkomst voor diezelfde duur faalt. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat partijen een aparte overeenkomst die betrekking had op hun commerciële samenwerking en een aparte arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Werknemer heeft mogen aannemen dat de arbeidsovereenkomst na 31 december 2012 stilzwijgend, voor dezelfde tijd, te weten voor negen maanden, is voortgezet, dus tot 1 oktober 2013. Op grond van dezelfde redenen wordt geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op 1 oktober 2013, bij gebreke van tegenspraak, tussen partijen stilzwijgend is verlengd voor dezelfde tijd (negen maanden), dus tot 1 juli 2014. Werknemer heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de arbeidsovereenkomst na 1 juli 2014 stilzwijgend is verlengd, waardoor deze van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer was sinds (in ieder geval) 17 november 2013 volledig arbeidsongeschikt, terwijl onvoldoende gesteld of gebleken is dat hij na 1 juli 2014 in staat was werkzaamheden te verrichten en evenmin dat hij na 1 juli 2014 werkzaamheden heeft verricht. De arbeidsovereenkomst is per 1 juli 2014 van rechtswege geëindigd. De loonvordering wordt derhalve tot 1 juli 2014 toegewezen.