Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 7 januari 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:5095

werknemer/werkgeefster

Ontslag notarisklerk kennelijk onredelijk op grond van gevolgencriterium. Schadevergoeding ruim € 57.500.

Werknemer is op 1 augustus 1983 in dienst getreden bij de rechtsvoorgangers van werkgeefster in de functie van notarisklerk. Na verkregen toestemming is zijn arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Hij vordert een schadevergoeding van  € 230.043,48 bruto wegens kennelijk onredelijk ontslag.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft voldoende aangetoond dat sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak om de personeelskosten te reduceren. Van een valse of voorgewende reden is geen sprake. Het beroep op het gevolgencriterium slaagt wel. De financiële positie van werkgeefster is voornamelijk te wijten aan de verslechterde economische situatie op de onroerendgoedmarkt. Daarentegen heeft zij er wel voor gekozen om een schuld aan bedrijf X voor een bedrag van € 260.000 af te lossen, terwijl onvoldoende is komen vast te staan dat zij op dat moment gehouden was die schuld voor een dergelijk bedrag te voldoen. Vast staat dat werknemer geconfronteerd wordt met een aanmerkelijke inkomstendaling nu hij een beroep moet doen op de sociale voorzieningen. Daarnaast is ook aannemelijk dat hij pensioenschade zal lijden. Vast is komen te staan dat werkgeefster geen enkele voorziening heeft getroffen om de gevolgen voor werknemer van het ontslag te verzachten. De leeftijd van werknemer, de duur van het dienstverband, alsmede de verwachting dat hij in ieder geval gedurende enige tijd inkomensschade zal lijden, acht de kantonrechter daarbij eveneens van belang. Aan de hand van waardering van goede en kwade kansen en het inzicht dat partijen aan de kantonrechter hebben verschaft over de kansen van werknemer op de arbeidsmarkt, schat de kantonrechter in dat werknemer na de opzegging drie jaar nodig zal hebben om andere (passende) arbeid te verwerven op het niveau dat hij bij werkgeefster had. Uitgaande van de door werknemer opgestelde schadeberekening ten aanzien van de inkomensachteruitgang, welke als zodanig niet gemotiveerd door werkgeefster is betwist, volgt dat de inkomensachteruitgang alsdan tot 1 april 2017 € 46.631,48 bruto bedraagt. De pensioenschade wordt aan de hand van de in het verleden verschuldigde premie begroot over een periode van drie jaar en aldus geschat op € 17.253. In totaal wordt een schadevergoeding van 57.607,56 bruto aan werknemer toegekend.