Naar boven ↑

Rechtspraak

Ondernemingsraad van de Hermes Groep N.V./Hermes Groep N.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 7 augustus 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:4762

Ondernemingsraad van de Hermes Groep N.V./Hermes Groep N.V.

Inzet mystery guests (anonieme rij-instructeurs) door Hermes is geen instemmingsplichtig besluit. Hermes geeft te ruime uitleg aan Regeling Cameratoezicht.

Hermes exploiteert openbaar vervoer in de stadsregio Arnhem/Nijmegen en Eindhoven. Hermes maakt deel uit van het Connexxion-concern. Hermes zet vanaf 2010 incidenteel Mystery Guests – anonieme rij-instructeurs – in op ritten. Aan de chauffeur wordt vooraf meegedeeld dat er binnen vier weken op zeker moment en zonder dat de chauffeur daarvan op de hoogte is een Mystery Guest zal meerijden. De chauffeur wordt daarbij geïnformeerd over de aanleiding en het doel van de inzet van de Mystery Guest. De desbetreffende chauffeur wordt door de Mystery Guest beoordeeld op 51 punten, betrekking hebbend op gedrag en houding, alsmede rijvaardigheid. De uitkomsten van de beoordeling worden door de rij-instructeur met de chauffeur besproken en komen in het personeelsdossier terecht. Binnen het concern van Connexxion wordt gebruikgemaakt van cameratoezicht. De opgestelde ‘Regeling Cameratoezicht Connexxion en al haar dochterondernemingen’ is door Connexxion voorgelegd aan de COR die met de regeling heeft ingestemd. Kern van het geschil tussen Hermes en de OR van Hermes betreft de vraag of de inzet van Mystery Guests instemmingsplichtig is op grond artikel 27 lid 1 WOR. Daarnaast verzoekt de OR met betrekking tot het besluit tot wijziging van de Regeling Cameratoezicht, Hermes met onmiddellijke ingang te verbieden camerabeelden tegen haar werknemers te gebruiken.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de stukken en het onderzoek ter zitting is gebleken dat het inzetten van een rij-instructeur ter beoordeling van houding en (rij)gedrag dan wel rijvaardigheid van een chauffeur aan de hand van het beoordelingsformulier al langer gebeurt. De wijziging van de in 2010 reeds bestaande werkwijze bestaat enkel in het anoniem meerijden door de rij-instructeur en niet in het voor de beoordeling te gebruiken beoordelingsformulier. Voldoende is komen vast te staan dat het beoordelen van een chauffeur van Hermes door rij-instructeurs aan de hand van het beoordelingsformulier geschiedt op basis van beslissingen van Hermes die incidentele situaties betreffen en die buiten de geldende, met instemming van de OR tot stand gekomen regeling ten aanzien van de personeelsbeoordeling van Hermes vallen. Dat was ook al zo in de situatie vóór 2010. Geoordeeld wordt dat het in 2010 genomen besluit van Hermes om rij-instructeurs ook anoniem als Mystery Guest in te zetten, geen besluit betreft dat de vaststelling of wijziging of intrekking van een regeling als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub g WOR tot doel heeft. De door de OR verzochte verklaring voor recht en het verbod worden afgewezen.

Met betrekking tot de Regeling Cameratoezicht wordt als volgt geoordeeld. De kantonrechter volgt de OR erin dat het meer dan incidenteel afwijken van een regeling een wijziging van die regeling impliceert en dat in een zodanig geval gesproken kan worden van een wijzigingsbesluit met betrekking tot die regeling. Volgens Hermes is de OR niet de juiste partij om deze kwestie aan de orde stellen nu de Regeling Cameratoezicht met de COR is afgestemd en de COR op grond van artikel 35 lid 2 WOR bij uitsluiting bevoegd is hierover te procederen. Dat standpunt wordt verworpen. Volgens de OR heeft Hermes feitelijk een wijziging aangebracht aan de Regeling Cameratoezicht, althans geeft Hermes daar volgens de OR een onjuiste uitleg c.q. uitvoering aan door de camerabeelden te gebruiken tegen werknemers van Hermes. Gesteld noch gebleken is dat het door Hermes gevoerde beleid concernbeleid betreft dan wel dat sprake is van een belang dat betrekking heeft op alle of een meerderheid van de ondernemingen binnen Connexxion. Hermes miskent met haar uitleg dat de Regeling Cameratoezicht reeds voorschrijft bij welke incidenten de camerabeelden rechtspositioneel tegen medewerkers kunnen worden gebruikt, namelijk slechts als onderdeel van een formele aangifte van een misdrijf of betrokkenheid daarbij en/of wanneer politie/justitie de beelden heeft opgevraagd. Voor zover Hermes meent ook buiten deze gevallen de beelden rechtspositioneel tegen haar medewerkers te kunnen gebruiken, bijvoorbeeld na een klacht over het tijdens het rijden door een chauffeur bedienen van een smartphone, geeft Hermes een te ruime uitleg aan de regeling. De verwijzing naar het doel van de Regeling Cameratoezicht en haar zorgplicht als vervoerder kan Hermes daarbij niet baten. De verwijzing naar de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter te Arnhem (zie AR 2015-0611) kan Hermes evenmin baten. De vraag die in die procedure door de kantonrechter beantwoord moest worden, namelijk of de camerabeelden als (onrechtmatig verkregen) bewijs dienden te worden uitgesloten, was een andere dan de vraag die in de onderhavige procedure aan de orde is en kan aan het hiervoor overwogene daarom niet afdoen. Het door de OR verzochte verbod wordt toegewezen.