Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 4 augustus 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3007
Noba Normteile GmbH/werknemer
Noba voert een groothandel in automaterialen en is als zodanig ook actief op de Nederlandse markt. Werknemer is met ingang van 1 juli 2001 in dienst getreden van Noba als verkoper. Op de arbeidsovereenkomst is onder meer een relatiebeding van toepassing voor de duur van een jaar. Laatstelijk gaf hij leiding aan het verkoopteam van Noba in Nederland. Noba heeft om bedrijfseconomische redenen besloten het in Nederland aangehouden magazijn te sluiten. Werknemer heeft daarin aanleiding gevonden om een eigen onderneming te starten. Tegen deze achtergrond hebben partijen overleg gevoerd over een verzelfstandiging van werknemer als ondernemer. Thans hebben partijen een geschil over de vraag of werknemer aan het relatiebeding is gebonden. Volgens werknemer is hij daarvan vrijgesteld door Noba. Noba vordert daarentegen voorschot op de boetes.
Het hof oordeelt als volgt. In deze kortgedingprocedure is geen ruimte voor uitvoerige bewijsvoering over hetgeen zou zijn toegezegd bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst. Voorshands is echter in rechte niet gebleken dat Noba werknemer onvoorwaardelijk heeft toegestaan om na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de uitoefening van een eigen bedrijf relaties van Noba te gaan benaderen. Het hof betrekt bij zijn oordeel dat werknemer het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft genomen. Voorts heeft Noba er belang bij om op de door haar bediende markt niet direct geconfronteerd te worden met een concurrent die, bekend als hij is met door Noba gehanteerde inkoopvoorwaarden en prijsstelling en met de zakelijke relaties van Noba, in staat is om meer dan in het normale economisch verkeer gebruikelijk is met Noba te concurreren. Het hof is, bij afweging van deze belangen, voorshands van oordeel dat een relatiebeding voor de duur van één jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst niet dermate ongebruikelijk is en ook niet dermate belemmerend werkt voor een werknemer, dat op voorhand al kan worden geoordeeld dat dit bij een afweging van de betrokken belangen voor vernietiging in aanmerking komt. Werknemer wordt veroordeeld tot € 2.268,90 aan boete te betalen (een overtreding).