Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 augustus 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:3250
werkgever/Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg
Sbpf en Soob zijn uitvoerders van een verplicht gestelde pensioenregeling in de zin van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000), voor zowel de sector beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen als voor de sector personenvervoer. Werkgever drijft als eenmanszaak een gemengde onderneming, waarin (onder meer) koerierswerkzaamheden en garagewerkzaamheden plaatsvinden. Sbpf en Soob hebben gevorderd dat werkgever zal worden veroordeeld tot betaling van € 4.376,25, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van hem in de proceskosten.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof is van oordeel dat Sbpf en Soob bij gebreke van een reactie van werkgever op de brief van 31 december 2012 niet gehouden waren de aansluiting van werkgever ongedaan te maken. Als niet weersproken mochten zij ervan uitgaan dat hij met het koeriersbedrijf de grootste omzet haalde en op die grond zijn eenmanszaak kon kwalificeren als een onderneming die ‘uitsluitend of in hoofdzaak werkzaamheden uitoefent behorende tot het wegvervoer’ althans ‘tegen vergoeding geheel of ten dele vervoer verricht anders dan van personen, over de weg’ (SOOB-CAO, art. 1). Daaraan doet niet af dat namens werkgever in de e-mail van 17 december 2012 is gesteld dat ‘de looncomponent’ in de garageactiviteit van zijn eenmanszaak ‘veel groter’ was (daar hij het koerierswerk veelal zelf deed) dan in het koerierswerk, aangezien werkgever, ondanks het verzoek in de brief van 31 december 2012 daartoe, Sbpf en Soob niet meer van nadere gegevens daaromtrent heeft voorzien. Ook in de onderhavige procedure zijn deze gegevens verder niet meer verstrekt.