Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 31 juli 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:6601
werknemer/WellColl Heerlen B.V.
Werknemer is op 1 januari 1991 in dienst getreden bij WellColl. Laatstelijk is hij werkzaam in de functie van chef werkplaats. Op 27 mei 2015 is Interro Bedrijfsrecherche een onderzoek gestart naar mogelijke fraude gepleegd binnen het bedrijf van WellColl. Bij brief van 3 juni 2015 is werknemer op staande voet ontslagen wegens – kort gezegd – strafbaar handelen, althans betrokkenheid bij strafbaar handelen binnen het bedrijf van WellColl. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ter comparitie heeft de kantonrechter al uitgelegd waarom naar zijn inschatting de vordering in een toekomstige bodemprocedure niet een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om daarop door het geven van een voorlopige voorziening vooruit te lopen. Volstaan kan daarom worden met een verkorte motivering. Cruciaal zijn de gespreksverslagen bij het onderzoek van Interro en de inhoud van het tussentijds rapport van Interro. De collega’s A en B hebben in dat onderzoek (ook) over werknemer zeer belastende verklaringen afgelegd, terwijl uit het dossier niet blijkt waarom zij hem zo zouden belasten, indien ze niet de waarheid zouden spreken. Werknemer heeft desgevraagd ter zitting ook nog geen verklaring kunnen geven voor het feit dat A en B hem zo hebben (mede)beschuldigd. De kantonrechter gaat er voorlopig ook van uit dat de onderzoekers in aanwezigheid van de directeur schriftelijk wel degelijk correct hebben neergelegd wat in elk geval de strekking van werknemers verklaring op 3 juni 2014 was, te weten dat hij over bepaalde zaken niet wilde praten omdat hij niet wilde dat zijn gezin iets nadeligs zou ondervinden doordat hij dingen zou vertellen. Werknemer betwist wel dat hij die verklaring heeft afgelegd, maar dat vindt de kantonrechter vooralsnog ongeloofwaardig. Al die verklaringen bij elkaar zijn, mede in het licht van het gehele onderzoek, zo belastend voor werknemer dat WellColl terecht het zeer sterke vermoeden kon hebben dat werknemer had gehandeld in strijd met de gedragsregels en met artikel 26 van de toepasselijke cao en dat zij terecht is overgegaan tot ontslag op staande voet. Volgt afwijzing van de vorderingen.