Naar boven ↑

Rechtspraak

CSU Personeel B.V./werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 augustus 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:5475

CSU Personeel B.V./werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst zieke medewerkster algemeen schoonmaakonderhoud wegens herhaaldelijk weigeren verrichten passende arbeid. Omdat werkneemster oprecht meent dat zij haar werkzaamheden niet kan verrichten, is ontbinding op grond van een dringende reden niet redelijk. Geen vergoeding.

Werkneemster is sedert 1 april 2014 in dienst van CSU. Zij is werkzaam als medewerker algemeen schoonmaakonderhoud. Op 11 augustus 2014 heeft werkneemster zich ziek gemeld met fysieke klachten aan haar linkeronderarm en -hand. CSU verzoekt ontbinding (art. 7:685 BW), primair wegens een dringende reden. CSU stelt dat volgens de bedrijfsarts en het UWV werkneemster sinds 4 maart 2015 geschikt en in staat is haar eigen werkzaamheden te verrichten. CSU heeft geen reden dit oordeel in twijfel te trekken. Werkneemster is echter zonder goede reden niet bereid haar werk te hervatten. Inmiddels zijn enkele maanden verstreken en gesprekken, oproepen en de loonstop hebben werkneemster niet op andere gedachten kunnen brengen. CSU weet niet hoe zij werkneemster nog tot werken zou kunnen bewegen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de wederzijds ingediende stukken en hetgeen ter zitting met partijen is besproken, volgt dat zowel het UWV als de bedrijfsarts en de behandeld arts van werkneemster van oordeel zijn dat zij (in het kader van re-integratie) haar eigen werkzaamheden zou moeten hervatten. Uit geen enkel ingebracht medisch stuk kan worden afgeleid dat werkneemster niet tot werkhervatting in staat is. Dat zij nog steeds reële pijnklachten heeft, maakt dat niet anders. De artsen zijn daarvan op de hoogte en hebben dat meegenomen in hun advies. Van dat advies dient CSU – en ook de kantonrechter – uit te gaan. Voorts blijkt dat CSU op velerlei manieren en met groot geduld heeft getracht werkneemster tot werkhervatting te bewegen. Deze handelwijze, die aldus niet door de behandeld of controlerende artsen worden geadviseerd, brengt mee dat de verhoudingen tussen CSU en werkneemster ernstig verstoord zijn geraakt. De arbeidsovereenkomst van werkneemster zal derhalve worden ontbonden. Nu de kantonrechter ervan uitgaat dat werkneemster oprecht meent dat zij haar werkzaamheden niet kan verrichten, is een ontbinding op grond van een dringende reden niet redelijk. Er wordt aan werkneemster geen vergoeding toegekend, nu de ontstane situatie in haar risicosfeer valt.