Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Pensioenfonds ABP
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 25 augustus 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3315

werkneemster/Stichting Pensioenfonds ABP

Onjuiste mededelingen medewerker backoffice ABP leiden tot gerechtvaardigd vertrouwen hoogte pensioenuitkering werknemer.

Werkneemster (geboren 1950) is ingevolge een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest bij Hogeschool Utrecht (HU). Gedurende haar dienstverband bouwde zij pensioen op bij ABP. Het dienstverband van werkneemster bij HU is in onderling overleg per 1 augustus 2012 geëindigd door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Werkneemster heeft deze ondertekend op 17 februari 2012. Ingevolge deze vaststellingsovereenkomst diende HU een bedrag van € 90.000 ten behoeve van een ABP ExtraPensioen voor werkneemster te storten. In de ‘voorlopige opgave ABP KeuzePensioen’ betreffende werkneemster van 5 april 2012 staat vermeld dat werkneemster bij een werkgeversstorting van € 90.000, waarbij rekening is gehouden met de laagst mogelijke uitkering tot 65 jaar, vanaf haar 65ste jaar een ABP KeuzePensioen ontvangt van € 2.507,86 bruto per maand. Dit bedrag is exclusief AOW. Achteraf is gebleken dat de door ABP in deze voorlopige opgave verstrekte informatie niet juist is. Het juiste door werkneemster te ontvangen ouderdomspensioen blijkt, inclusief de werkgeversstorting van € 90.000, circa € 2.000 bruto per maand te bedragen vanaf 65 jaar. In deze procedure vordert werkneemster een verklaring voor recht dat door ABP bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat zij € 2.507,86 bruto per maand zou ontvangen. Werkneemster beroept zich ter onderbouwing van haar vordering op door backofficemedewerkers van ABP gedane mededelingen. Het gaat dan om telefonische mededelingen, die zijn gedaan na 16 december 2011 en die haar ertoe hebben gebracht te besluiten haar dienstverband met HU per 1 augustus 2012 te beëindigen, HU te verzoeken € 90.000 over te maken aan ABP en een ABP KeuzePensioen aan te vragen.

Het hof oordeelt als volgt. Duidelijk is dat werkneemster op grond van de telefonische informatie die zij stelt van ABP backofficemedewerkers te hebben ontvangen en, naar zij aanvoert, bevestigd te hebben gekregen door de opgave van 5 april 2012, de volgende beslissingen heeft genomen: het stoppen met werken per 1 augustus 2012, het indienen van het verzoek bij HU om € 90.000 over te maken aan ABP en het aanvragen van een ABP KeuzePensioen. Daarbij geldt dat werkneemster niet de mogelijkheid had om de vaststellingsovereenkomst te tekenen nádat zij de definitieve opgave van ABP inclusief ABP ExtraPensioen had ontvangen. ABP kon deze opgave immers pas opmaken na ontvangst van de werkgeversstorting en de werkgeversstorting kon pas plaatsvinden na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst. Werkneemster behoefde, gelet op haar wens dat haar pensioengat – zoals zij dat opvatte en ook mocht opvatten – zou worden gedicht, vanuit haar optiek geen vragen te stellen omtrent de juistheid van de door haar gestelde doch door ABP betwiste telefonische mededelingen door een ABP backofficemedewerker dat haar bruto-ouderdomspensioen € 2.500 per maand zou zijn. Het Uniform Pensioenoverzicht 2011 d.d. 25 mei 2011 en ook de pensioenopgave van 11 november 2011 noopten niet tot het stellen van dergelijke vragen. Daarin was immers niet sprake van een werkgeversstorting van € 90.000. De ‘voorlopige opgave’ van 5 april 2012 bevestigde enkel de door werknemer gestelde telefonische mededelingen.

Volgt aanhouding van de zaak om werkneemster in de gelegenheid te stellen te bewijzen dat zij heeft gesproken met de medewerker en de genoemde bedragen zijn genoemd.