Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 mei 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2038
werknemer/Butler Nederland BV
Butler drijft een onderneming die zich bezighoudt met de verhuur van roerende zaken, zoals serviesgoed, bestek, tafels, stoelen, barinstallaties en podia, ten behoeve van feesten en evenementen van derden. De onderneming heeft twee vestigingen, één in Amsterdam en één in Schiedam. Op beide locaties zijn voorraden van te verhuren zaken aanwezig. Van tijd tot tijd worden zaken van de ene naar de andere vestiging vervoerd, afhankelijk van behoefte en beschikbaarheid ter plaatse. Bij verhuur van zaken aan derden plegen overeenkomsten te worden opgemaakt met de huurders, waarin de zaken zijn vermeld die worden verhuurd. De huurders moeten in de regel een borgsom betalen, die achteraf wordt verrekend met de verschuldigde huur. Ter zake van die huur wordt dan een factuur opgesteld, met daarbij een overzicht van het aantal en de aard van de verhuurde zaken. Als bij het terugbrengen van de verhuurde zaken een zaak ontbreekt, wordt de waarde van die zaak aan de huurder in rekening gebracht. Wegens vermissing van een groot aantal zaken in Amsterdam is een recherchebureau ingeschakeld. Volgens het rapport van dit bureau zijn in de administratie van de Amsterdamse vestiging van Butler over 2005 tot en met 2009 zogeheten ‘nulfacturen’ aangetroffen. Dit zijn op naam van een derde gestelde facturen, waarvan het te betalen factuurbedrag nihil is en waarin het aantal verhuurde zaken – in het bij de factuur behorende overzicht – eveneens op nihil is gesteld. Om zulke facturen te vervaardigen dienen meerdere daarop toegesneden administratieve handelingen te worden verricht, door een persoon die toegang heeft tot het computersysteem waarin de administratie van Butler wordt bijgehouden. Werknemer, tevens bedrijfsleider, heeft erkend dat hij dergelijke nulfacturen had vervaardigd, volgens zijn zeggen om een naamwijziging van klanten door te voeren. De arbeidsovereenkomst met werknemer is ontbonden. Butler vordert schadevergoeding van werknemer.
Het hof oordeelt als volgt. Op grond van de geconstateerde voorraadtekorten in de Amsterdamse vestiging in samenhang met de aangetroffen nulfacturen, aangevuld door de verklaringen van getuigen moet worden aangenomen dat uit de voorraad van Butler daadwerkelijk zaken zijn verdwenen. De manipulatie van de voorraadadministratie van Butler door de gebruikmaking van nulfacturen, volgens zijn eigen verklaring gedurende meerdere jaren, levert een zodanig ernstig tekortschieten van werknemer op dat de schade van Butler door het verdwijnen van zaken uit de voorraad van haar Amsterdamse vestiging, dat door die manipulatie mogelijk is gemaakt, moet worden aangemerkt als het gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. Laatstgenoemde is daarom voor die schade aansprakelijk, zoals ook de kantonrechter heeft aangenomen (€ 50.808,35).