Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 28 augustus 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:6566

werknemer/werkgeefster

Arbeidsongeschikte werknemer heeft deugdelijke grond voor het niet meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak, omdat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat er nauwelijks benutbare mogelijkheden waren.

Werknemer is in dienst als taxichauffeur. In mei 2015 heeft werknemer zich ziek gemeld. Tussen partijen is in geschil of werknemer voor wat betreft de periode 6 juli 2015 tot 30 juli 2015 recht heeft op loon. Werkgeefster stelt zich op het standpunt dat werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak en zij verwijt werknemer dat hij niet is verschenen op haar oproepen en contact vermijdt waardoor werknemer het onmogelijk maakt om gezamenlijk aan zijn re-integratie te werken. Werkgeefster meent dat werknemer daarom geen recht heeft op loon in voormelde periode. Werknemer is het hiermee niet eens.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is op 29 mei 2015 voor het eerst bij de bedrijfsarts geweest. In de bijbehorende terugkoppeling heeft de bedrijfsarts geschreven dat er nauwelijks benutbare mogelijkheden waren. Volgens werkgeefster moet hieruit worden begrepen dat er derhalve nog wel benutbare mogelijkheden waren, hoe klein ook, zodat partijen konden bespreken of alternatieve lichte werkzaamheden tot de mogelijkheden behoorden. Werkgeefster wordt hierin niet gevolgd. De bedrijfsarts schrijft immers in zijn re-integratieadvies dat er geen re-integratiemogelijkheden voor werknemer waren. Hetzelfde volgt uit de terugkoppeling en probleemanalyse van de bedrijfsarts van 15 juli 2015. Werkgeefster heeft die conclusies niet bestreden. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat er ingevolge artikel 4 lid 1 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar geen verplichting rustte op werkgeefster om een plan van aanpak met werknemer op te stellen zodat er voor het niet meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak op 30 juni 2015 door werknemer in het onderhavige geval wel een deugdelijke grond aanwezig was. In de door werkgeefster aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (30 augustus 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1774) waaruit zij afleidt dat desnoods de gemachtigde van werknemer over de invulling van een plan van aanpak had kunnen communiceren, behoorde re-integratie in het tweede spoor – anders dan in de onderhavige zaak – nog tot de mogelijkheden. Derhalve kan werkgeefster geen beroep doen op deze uitspraak. Volgt toewijzing van de loonvordering.