Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/FNV Bondgenoten c.s. en Daniëls Huisman NV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 1 september 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:6381

werkneemster/FNV Bondgenoten c.s. en Daniëls Huisman NV

Beroepsfout advocaat niet tijdig stuiten termijnen. Schending re-integratieverplichtingen en mislopen vergoeding sociaal plan, maken opzegging kennelijk onredelijk.

(Hoger beroep van AR 2013-0074.) Werkneemster is op 22 maart 1976 in dienst getreden bij Stichting Amicon Beheer (hierna: Amicon). Zij werkte op de afdeling automatisering. In 1997 heeft zij een auto-ongeval gehad waarna zij arbeidsongeschikt is geraakt. De arbeidsovereenkomst van werkneemster is in 2002, nadat werkneemster twee jaar arbeidsongeschikt is geweest, opgezegd. X, de advocaat van werkneemster die de zaak van FNV heeft overgenomen, heeft de vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag te laat gestuit. De vordering is daardoor verjaard. De kantonrechter heeft geoordeeld dat een kennelijk-onredelijkontslagprocedure, als deze tijdig was ingesteld, niet kansrijk was geweest. De gevorderde schadevergoeding werd afgewezen. In hoger beroep onderbouwt werkneemster haar vordering met de stelling dat de opzegging van haar arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk was, onder meer omdat Amicon geen enkele reële poging heeft gedaan om haar te laten re-integreren.

Het hof oordeelt als volgt. Gezien alle omstandigheden (geen reële re-integratiepogingen van de zijde van de werkgever, een langdurig dienstverband, slechte arbeidsmarktperspectieven, ontslag wegens arbeidsongeschiktheid zonder financiële compensatie en zonder deelname aan het sociaal plan waar werkneemster wel aanspraak op had kunnen maken bij het voorziene en aangekondigde ontslag wegens reorganisatie), is naar het oordeel van het hof zeer aannemelijk dat de rechter in een door werkneemster tegen Amicon aangespannen procedure zou hebben geoordeeld dat de aan werkneemster gedane opzegging onredelijk was gelet op de ernst van de gevolgen voor werkneemster in vergelijking met het belang van Amicon bij de opzegging. Het hof gaat ervan uit dat er dan ook een zeer grote kans was dat Amicon, indien zij tijdig aansprakelijk zou zijn gesteld door (namens) werkneemster, door de rechter zou zijn veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan werkneemster.

De omstandigheid dat voor 27 november 2009 nog door diverse rechters de zogenaamde kantonrechtersformule werd gehanteerd bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag, maakt niet dat deze kantonrechtersformule in het onderhavige geval gehanteerd moet worden. Als omstandigheden die in aanmerking dienen te worden genomen bij de hoogte van de schadevergoeding die Amicon aan haar zou hebben moeten vergoeden, heeft werkneemster genoemd: de financiële compensatie die zij is misgelopen op grond van het sociaal plan/de wachtgeldregeling, bestaande in een aanvulling van de uitkering van werkneemster gedurende 7,5 jaar, door werkneemster begroot op € 62.989,50; het verschil tussen het daadwerkelijke salaris en de arbeidsongeschiktheidsuitkering, doordat Amicon bij een ontslag op grond van de reorganisatie gedurende drie jaar het loon had moeten doorbetalen, door werkneemster begroot op € 46.709,28. Mede gelet op de gemotiveerde betwisting van deze omstandigheden en de hoogte van de vergoeding door FNV c.s. , ziet het hof aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten.