Naar boven ↑

Rechtspraak

ABN AMRO/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 15 september 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:2413

ABN AMRO/werknemer

ABN AMRO heeft terecht geen integriteitsverklaring afgegeven. Uitleg integriteitscode NVB.

(Vervolg op HR 2 mei 2014, AR 2014-0407.) Werknemer is van 1 oktober 1974 tot 1 mei 2005 bij ABN AMRO in dienst geweest. De arbeidsovereenkomst is tussen partijen beëindigd onder toekenning van een vergoeding van € 770.000 aan werknemer. Werknemer is met ingang van 1 mei 2005 in dienst getreden bij Fortis Bank (Nederland) als relatiemanager bij MeesPierson. In de arbeidsovereenkomst is het niet verkrijgen van een integriteitsverklaring (conform de Integriteitscode van de Nederlandse Vereniging van Banken) als ontbindende voorwaarde opgenomen. ABN AMRO heeft geweigerd de integriteitsverklaring voor werknemer af te geven, omdat volgens ABN AMRO werknemer (soms ten koste van collega’s) het behalen van financiële doelstellingen boven alles plaatste en zich manipulatief zou hebben opgesteld in het managementteam. MeesPierson heeft werknemer vervolgens medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met hem als van rechtswege geëindigd beschouwt omdat de ontbindende voorwaarde is vervuld. In deze procedure vordert werknemer schadevergoeding van ABN AMRO, omdat ten onrechte de verklaring niet is afgeven. De kantonrechter en het hof oordeelden dat ABN AMRO inderdaad de verklaring ten onrechte niet had afgegeven. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat het niet afgeven van de verklaring in de context van alle relevante feiten en omstandigheden moest worden geplaatst, zodat het oordeel van het hof moest worden vernietigd. Het gaat in dit hoger beroep na verwijzing door de Hoge Raad om de vraag of werknemer integer was in de zin van de integriteitscode. Als werknemer niet integer was in die zin, heeft ABN AMRO de afgifte van de integriteitsverklaring terecht geweigerd. Als werknemer wel integer was, heeft ABN AMRO de verklaring ten onrechte niet afgegeven.

Thans oordeelt het verwijzingshof als volgt. Allereerst dienen de relevante gedragingen te worden vastgesteld: werknemer stond bevriende relaties toe verder ‘rood te staan’ dan volgens de richtlijnen van ABN AMRO was toegelaten en droeg medewerkers op om in strijd met die richtlijnen zodanige administratieve kunstgrepen toe te passen dat zijn toezegging aan die relatie kon worden uitgevoerd; werknemer heeft in december 2003 een medewerker opgedragen om € 4.000 als overeengekomen verzekeringspremie te boeken, terwijl de desbetreffende verzekeringsovereenkomst nog niet tot stand gekomen was en ook niet tot stand gekomen is; werknemer dwong een accountmanager een nog niet overeengekomen lening van € 5 miljoen te boeken alsof deze al was overeengekomen; hij toonde een ‘chronisch’ gebrek aan respect voor medewerkers; tijdens de onderhandelingen over zijn vertrek bij ABN AMRO op 26 augustus 2004 bleek dat werknemer, in strijd met de daarvoor geldende regels, interne stukken van ABN AMRO thuis had; werknemer gebruikte stelselmatig bankfaciliteiten ten gunste van vrienden en kennissen.

Vervolgens gaat het hof in op wat integriteit is volgens de NVB-code. De integriteitscode definieert ‘integriteit’ niet, maar onderstreept het belang van het begrip in de considerans. Het doel van de integriteitscode laat zich aldus samenvatten dat het voor het goed functioneren van het bankwezen in het economisch en maatschappelijke bestel noodzakelijk is dat de banken en haar medewerkers integer zijn. De banken dienen op grond van de algemene gedragsregels te bevorderen dat hun medewerkers zich bij de uitoefening van het bancaire bedrijf in de meest ruime zin onthouden van iedere gedraging of medewerking aan gedragingen die afbreuk doet aan de integriteit. Daarmee is duidelijk dat het gaat om voor de uitoefening van het bancaire bedrijf relevante integriteit. Deze integriteit beperkt zich niet tot de feitelijke uitvoering van bankwerkzaamheden. Integriteit ziet immers niet primair op het resultaat van een gedraging, maar veeleer op de attitude die daaruit spreekt. Zo zal een medewerker die zich (volledig) in de privésfeer schuldig maakt aan frauduleuze handelspraktijken op het internet, (ook) inbreuk maken op de voor de uitoefening van het bancaire bedrijf relevante integriteit. Dit betekent voorts dat niet iedere door een bank niet gewenste wijze van leidinggeven als niet integer in de zin van de code kan worden aangemerkt, maar dat een stijl van leidinggeven die gepaard gaat met manipuleren, liegen en bevoordelen van vrienden en relaties, wel als zodanig kan worden gekenschetst. Om integriteit in algemene zin te beschrijven worden dikwijls termen zoals eerlijk, rechtschapen, betrouwbaar, loyaal, onkrenkbaar en oprecht gehanteerd. Van deze termen zijn evenmin sluitende en afgebakende definities te geven. Het gaat bij die termen, evenals bij integriteit, om moreel/ethische normen die vaag zijn en per geval dienen te worden ingevuld. Bij die invulling zal acht moeten worden geslagen op algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (vgl. art. 3:12 BW).

Het hof acht het overhevelen van verzekeringscontracten van het ene filiaal naar het andere zeer ernstig. Ook door het invoeren in RSS van de gerealiseerde overeenkomst van de geldlening van € 7 miljoen die nog niet was gesloten is een valse voorstelling van zaken gegeven van de prestaties van kantoor Amsterdam-Zuid in de betreffende week. Dit is verwijtbaar en niet integer. Het feit dat het hier om een competitie tussen filialen/kantoren gaat, en ABN AMRO geen (financiële) schade heeft geleden, is wel van belang voor de mate van verwijtbaarheid, maar neemt deze niet weg. Het feit dat interne audits niets onoorbaars hebben opgeleverd werpt geen ander licht op de zaak. Uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat werknemer niet integer is in de zin van de integriteitscode.