Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 oktober 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:4099

werkneemster/werkgever

Geen arbeid, geen loon: ontbreken beschikbaarstelling. Mondelinge afspraak 20 uur in plaats van 30 uur voldoende aannemelijk gemaakt.

Werkneemster is op 1 augustus 2011 in dienst getreden van X (hotel) in de functie van interieurverzorgster. De daartoe gesloten arbeidsovereenkomst bevat een beding luidend: ‘Gewerkt wordt in een parttime dienstverband van gemiddeld 30 uur per week. Overuren worden niet extra belast.’ In de arbeidsovereenkomst is een loon overeengekomen van € 12,50 bruto per gewerkt uur, in welk bedrag ‘een opslag voor vakantietoeslag en vrije dagen’ is begrepen. Nadat de WW-aanvraag van werkneemster in 2014 is afgewezen, vordert zij over 2012 tot en met 2014 achterstallig loon (€ 19.692,18 bruto). Daartoe stelt werkneemster dat tussen partijen een 30-urige werkweek geldt en dat zij overeenkomstig uitbetaald dient te worden. Volgens X is op verzoek van werkneemster de arbeidsomvang naar 20 uur bijgesteld en heeft zij nooit meer dan 20 uur per week gewerkt.

Het hof oordeelt als volgt. Uit diverse getuigenverklaringen volgt dat werkneemster steeds maar 20 uur werkte en nooit om meer uren vroeg, laat staan voor meer uren werd ingeroorsterd. Als al sprake zou zijn van 30 uur per week, dan komt het niet werken van de uren boven de 20 voor haar rekening en risico (art. 7:628 BW). Uit niets volgt dat werkneemster zich voor deze ‘meeruren’ beschikbaar heeft gehouden, terwijl omgekeerd het verhaal van de arbeidsduurvermindering op aanvraag van werkneemster plausibel voorkomt.