Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bold WSD B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 9 september 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:4762

werknemer/Bold WSD B.V.

Werkgever schendt in ernstige mate re-integratieverplichtingen door herhaaldelijk adviezen van bedrijfsarts niet op te volgen. Ontbinding op verzoek werknemer (na opzegging werkgever wegens bedrijfseconomische redenen) onder toekenning vergoeding met C=1,5.

Werknemer is in dienst van WSD. Hij heeft zich op 7 april 2014 ziek gemeld vanwege hectiek op het werk en de werkdruk. Met ingang van 29 september 2014 heeft werknemer zijn werkzaamheden volledig hervat. Werknemer heeft zich op 24 oktober 2014 opnieuw ziek gemeld. Na verkregen toestemming van het UWV heeft WSD de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd tegen 31 december 2015. Werknemer stelt zich op het standpunt dat WSD zich jegens hem niet als een goed werkgever heeft gedragen, omdat WSD zeer nalatig is geweest voor wat betreft het verrichten van re-integratie-inspanningen. WSD heeft telkens de adviezen van de bedrijfsarts om externe hulp en bedrijfsmaatschappelijk werk in te schakelen in de wind geslagen. Door deze handelwijze is de arbeidsrelatie verstoord, althans is de verstoorde arbeidsrelatie verder geëscaleerd. In verband hiermee dient de arbeidsovereenkomst op een zo kort mogelijke termijn te eindigen, en dus niet pas per 31 december 2015. Werknemer heeft op 30 juni 2015 een ontbindingsverzoek ingediend op grond van artikel 7:685 BW (oud).

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voorop gesteld wordt dat van een goed werkgever (art. 7:611 BW) verwacht mag worden dat hij deskundige adviezen van haar bedrijfsarts ter zake haar werknemers opvolgt dan wel, indien de werkgever dergelijke adviezen naast zich neer wenst te leggen, dat zij voor een dergelijke beslissing goede gronden aandraagt. Naar aanleiding van de ziekmelding van werknemer op 7 april 2014 en zijn ziekmelding later dat jaar, op 24 oktober 2014, heeft de bedrijfsarts in totaal tien rapporten opgesteld. Reeds in het eerste rapport van 9 mei 2014 heeft de bedrijfsarts WSD geadviseerd externe hulp in te schakelen die werknemer kan ondersteunen bij zijn re-integratie en de bedrijfsarts heeft dat advies in ieder daarop volgend rapport op steeds indringender wijze herhaald. WSD heeft dit advies telkenmale in de wind geslagen. Ook toen werknemer in oktober 2014 opnieuw uitviel, de bedrijfsarts zijn advies over externe hulp (nog maar eens) herhaalde en het deskundigenoordeel duidelijk negatief was over de weigering van WSD om de adviezen van de bedrijfsarts op te volgen, gaf WSD geen gevolg aan deze adviezen. De stelling dat WSD over onvoldoende financiële middelen beschikt(e) om de kosten van externe hulp te kunnen betalen, rechtvaardigt evenmin de beslissing om de adviezen niet op te volgen. WSD heeft in ernstige mate haar re-integratieverplichtingen geschonden. WSD wordt een zeer ernstig verwijt gemaakt ter zake de verstoorde arbeidsrelatie. Gesteld noch gebleken is dat werknemer op dit punt enig verwijt kan worden gemaakt. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van een vergoeding met C=1,5 (€ 115.000). Het ‘habe nichts-verweer’ wordt verworpen. SD en FPE zijn voor 100% dochters van Systems. WSD, FPE en Systems worden voor wat betreft de beoordeling van het habe nichts-verweer als één geheel beschouwd. Niet aannemelijk is geworden dat WSD, via PFE en/of Systems, niet beschikt over de financiële middelen om een ontslagvergoeding te betalen aan werknemer.