Naar boven ↑

Rechtspraak

ReSteel International B.V./Heros
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 13 oktober 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4088

ReSteel International B.V./Heros

Onderlinge verdeling aansprakelijkheid materiële werkgevers na letselschade bij gebruik machine. Vrijwaringsclausule ziet niet op letselschade.

(Zie ook ECLI:NL:GHSHE:2015:4086.) ReSteel houdt zich bezig met financiële dienstverlening in verband met het leasen van machines in de staalindustrie. Heros houdt zich bezig met het drijven van handel in en het geschikt maken voor hergebruik van bouwstoffen. ReSteel (en/of haar moedermaatschappij) heeft in samenwerking met de TU Delft een machine ontwikkeld die koperrijke delen uit schroot scheidt, een zgn. Clean Scrap Machine (hierna: CSM). De (eerste) CSM is in opdracht van ReSteel door Machinefabriek X B.V. gebouwd. Deze CSM en de bijbehorende opvoerband zijn toegevoegd aan de bestaande installatie van Heros. Werknemer is met ingang van 12 mei 2009 in dienst getreden bij DMjob B.V. (hierna: DMjob) om als ‘machine operator’ te worden uitgezonden naar ReSteel voor de duur van de werkzaamheden bij ReSteel. ReSteel heeft werknemer werkzaamheden laten verrichten aan de CSM in de periode dat deze op het terrein van Heros werd opgebouwd en bedrijfsklaar werd gemaakt. De CSM was in de testfase (de CSM was nog niet opgeleverd, er was nog geen CE-markering, er waren nog geen gebruikers-/onderhoudshandleiding en RI&E aanwezig) toen werknemer op 2 juni 2009 een ongeval is overkomen, waarbij zijn rechterarm bekneld raakte in een lopende band (opvoerband 14) van de CSM en is afgerukt toen werknemer probeerde een stuk ijzer te verwijderen. De Arbeidsinspectie heeft een ongevallenboeterapport opgemaakt, waartoe zij ter plaatse een onderzoek heeft ingesteld en getuigen heeft gehoord. De Arbeidsinspectie heeft geconcludeerd tot overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (art. 16 lid 10 Arbowet jo. art. 7.5 lid 2 Arbobesluit) door ReSteel wegens het uitvoeren van onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden met of aan een arbeidsmiddel, terwijl het arbeidsmiddel niet was uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos was gemaakt waardoor de werkzaamheden niet veilig konden worden uitgevoerd.

Werknemer is niet via een hekwerk naar de plaats van het ongeval gegaan, maar via een nauwe doorgang naast de hekwerken, die slechts 29,5 cm breed was. De toegang tot de plaats van het ongeval was beveiligd met twee hekwerken met veiligheidsschakelaars. Zodra een hekwerk wordt geopend, wordt de CSM geheel buiten werking gesteld. Deze hekwerken zijn geplaatst door Heros. Kort na het ongeval heeft Heros de nauwe doorgang met een hekwerk afgesloten. De kantonrechter heeft ReSteel, Heros en DMjob in de hoofdzaak hoofdelijk aansprakelijk geacht voor de schending van de zorgplicht jegens werknemer (vonnis van 17 augustus 2011), doch de vorderingen van werknemer afgewezen op de grond dat Heros en ReSteel het bewijs hebben geleverd dat werknemer ten tijde van het ongeval bewust roekeloos heeft gehandeld, waardoor Heros, ReSteel en ook DMjob van hun aansprakelijkheid ex artikel 7:658 BW zijn ontheven (vonnis van 24 oktober 2012). In de hoofdzaak heeft het hof Heros, ReSteel en ook DMjob alsnog aansprakelijk geoordeeld voor de schade. Het gaat in deze vrijwaringszaak, kort gezegd, om de onderlinge draagplicht van de hoofdelijk schuldenaren ReSteel en Heros. ReSteel beroept zich jegens Heros op een vrijwaringsclausule.

Het hof oordeelt als volgt. Volgens de tekst van artikel 9.3 van de operational-leaseovereenkomst vrijwaart Heros ReSteel voor aanspraken van derden tot vergoeding van schade, waarvoor de aansprakelijkheid van ReSteel ingevolge de operational-leaseovereenkomst in haar verhouding met Heros is uitgesloten. Onder die uitsluiting valt ingevolge de tekst van artikel 9.1 van die overeenkomst indirecte of gevolgschade, veroorzaakt door het gebruik van de CSM, behalve in geval van en voor zover deze schade is veroorzaakt door nalatigheid van ReSteel. Naar het oordeel van het hof volgt uit de tekst van genoemde bepalingen niet, dat onder de vrijwaring voor indirecte of gevolgschade van derden ook de hier aan de orde zijnde letselschade van werknemerer valt, hoewel deze als derde ten opzichte van partijen kan worden beschouwd. Veeleer lijken de bepalingen te zien op productie-uitval en indirecte of gevolgschade (van ook derden). Dit kan worden afgeleid uit het vervolg van artikel 9.1 waarin een overeengekomen uitvalpercentage wordt genoemd. Ook het eerste gedeelte van artikel 9.3 gaat over geleverde producten en materialen.

Van een 100% draagplicht van de ene of de andere partij, zoals door beide partijen is betoogd, kan geen sprake zijn. Voor beide partijen geldt immers dat zij geen (afdoende) veiligheidsinstructies aan werknemer hebben gegeven, waarbij het in de rede lag dat ReSteel dat specifiek zou doen ten aanzien van de werkzaamheden aan de haar in eigendom toebehorende CSM inclusief opvoerband, en dat Heros dat meer in het algemeen zou doen ten aanzien van de op haar bedrijfsterrein geldende veiligheidsregels, zoals het gebruik van het veiligheidshekwerk en de tweepersonenregel. Niettemin komt het hof bij een afweging van de aan ieder van partijen toe te rekenen omstandigheden die tot de schade hebben bijgedragen tot het oordeel dat op Heros het grootste deel van de draagplicht met betrekking tot de vergoeding van de schade van werknemer rust nu zij in gebreke is gebleven door een niet-afdoend veiligheidshekwerk te plaatsen. Deze omstandigheid heeft naar het oordeel van het hof het meest bijgedragen tot de schade. Het hof komt op grond van het vorenstaande tot het oordeel dat op de voet van artikel 6:101 lid 1 BW Heros voor 60% draagplichtig is met betrekking tot de schade van werknemer en ReSteel voor 40%.