Naar boven ↑

Rechtspraak

Stadswerk072 N.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 9 oktober 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:9114

Stadswerk072 N.V./werknemer

Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst. Werknemer handelt ernstig verwijtbaar door zich schuldig te maken aan diefstal op bedrijfslocatie. Verkorte ontbindingstermijn en geen transitievergoeding.

Werknemer is in dienst bij Stadswerk072. Laatstelijk is hij werkzaam in de functie van medewerker buitenruimte. Op 24 juni 2015 is werknemer op staande voet ontslagen wegens betrokkenheid bij diefstal van een fiets op een bedrijfslocatie. Werknemer heeft zich op de vernietigbaarheid van het ontslag beroepen. Stadswerk072 verzoekt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Ter onderbouwing daarvan heeft Stadswerk072 gesteld dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, hetgeen niet de eerste keer is.

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst ter griffie is ontvangen op 4 september 2015, dus na inwerkingtreding van afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het BW/Wet werk en zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015. Artikel XXII lid 1 aanhef en onderdeel b van het Overgangsrecht behorende bij de WWZ bepaalt dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, alsmede artikel 665 en afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het BW, zoals deze luidden de dag vóór 1 juli 2015 van toepassing blijven op een opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan vóór dat tijdstip en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een (voorwaardelijke) ontbindingsprocedure niet worden aangemerkt als een geding dat betrekking heeft op de opzegging, omdat de ontbindingsprocedure naar haar aard ziet op een andere manier van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en in zoverre geen betrekking heeft op de opzegging wegens een dringende reden, zoals in deze zaak aan de orde is. Dit brengt mee dat het hier aan de orde zijnde verzoek van Stadswerk072 en het tegenverzoek van werknemer moeten worden beoordeeld op basis van het per 1 juli 2015 geldende recht.

Ook op grond van het nieuwe artikel 7:671b lid 1 BW is voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst mogelijk (HR 21 oktober 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4670, NJ 1984/296). Onder meer gelet op de camerabeelden, is voldoende komen vast te staan dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, met gebruikmaking van de bedrijfslocatie van Stadswerk072. Het handelen van werknemer levert een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Stadswerk072 voert een openbare taak uit en van haar kan niet gevergd worden werknemers in dienst te houden die zich schuldig maken aan diefstal, ook gelet op de negatieve uitstraling op de organisatie van Stadswerk072 en het vertrouwen van de burger in deze dienst, welk vertrouwen voor Stadswerk072 onontbeerlijk is. Herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn ligt niet in de rede, aangezien er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onderdeel a BW wordt de arbeidsovereenkomst - voor zover nodig - ontbonden met ingang van 9 oktober 2015. Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van werknemer om de transitievergoeding toe te kennen wordt afgewezen, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door werknemer.