Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Pensioenfonds FNV en Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 juni 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2543

werkneemster/Pensioenfonds FNV en Pensioenfonds Zorg en Welzijn

Artikel 3:307 BW niet van toepassing op vordering tot toekenning van pensioen. Uitleg pensioenreglement naar cao-norm.

Werkneemster is vanaf medio 1991 tot en met 31 december 2003 voor de Federatie Nederlandse Vakbeweging (hierna: FNV) in loondienst werkzaam geweest. Op 31 december 2003 was werkneemster gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving zij een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Pensioenfonds FNV was vanaf 1 januari 2000 pensioenuitvoerder van de pensioenregeling voor werknemers van FNV. In het kader van de liquidatie van dit fonds zijn alle bij dit fonds opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten per 1 januari 2000 overgedragen aan Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Werkneemster heeft in eerste aanleg gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat de pensioenfondsen haar in aanmerking dienen te laten komen voor premievrije voortzetting van de pensioenopbouw overeenkomstig artikel 22 lid 2 en lid 4 van het Pensioenreglement 2003, dat de pensioenfondsen worden veroordeeld om met terugwerkende kracht tot januari 2003 de pensioenopbouw van haar alsnog te baseren op artikel 22 lid 4 van het destijds van kracht zijnde Pensioenreglement 2003, te weten naar een mate van 35-45% arbeidsongeschiktheid, waarbij bij wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid na 1 januari 2003 naar een lagere klasse, de premievrije opbouw dient te worden aangepast. De kantonrechter heeft geoordeeld dat sprake is van verjaring (art. 3:307 BW).

Het hof oordeelt als volgt. De grief stelt met name de vraag aan de orde of een vordering tot ‘toekenning’ van pensioenaanspraken over een bepaalde periode, zoals werkneemster deze heeft ingesteld, ertoe strekt dat de pensioenfondsen worden veroordeeld een bepaalde prestatie jegens werkneemster te verrichten waardoor zij alsnog pensioenaanspraken over die periode verkrijgt - en dus strekt tot nakoming van ‘een verbintenis tot een geven of een doen’ in de zin van artikel 3:307 BW - dan wel het karakter heeft van een verklaring voor recht dat zij jegens de pensioenfondsen uit hoofde van het Pensioenreglement 2003 pensioenaanspraken heeft als door haar gesteld. Het laatste is het geval omdat, als voldaan is aan de in een pensioenreglement vervatte voorwaarden, het ontstaan van pensioenaanspraken niet (ook nog) afhankelijk is van een daartoe strekkende handeling van (het bestuur van) het desbetreffende pensioenfonds, zoals een toekenning of administratie van de pensioenaanspraken (vgl. HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8462). Dit betekent dat van verjaring van de vordering van werkneemster op de voet van artikel 3:307 BW geen sprake kan zijn.

Uit artikel 22 lid 1 van het Pensioenreglement 2003, in samenhang met lid 5 van datzelfde artikel (voor zover relevant gelijkluidend aan art. 22 lid 1 en lid 6 van Pensioenreglement 2004), moet worden afgeleid dat dit artikel uitsluitend van toepassing is op deelnemers die, anders dan werkneemster, vóór 1 januari 2003 nog geen uitkering krachtens de WAO hebben verkregen maar deze eerst nadien zullen verkrijgen, en wel ten minste een jaar na het van kracht worden van de verzekering. Daartoe is het volgende redengevend. Onder ‘deelnemer’ moet ingevolge artikel 1 van dit pensioenreglement worden verstaan ‘de werknemer die overeenkomstig de bepalingen van dit reglement is opgenomen in de pensioenregeling’, terwijl artikel 2 lid 1 van ditzelfde reglement bepaalt dat het deelnemerschap aanvangt op de eerste van de maand waarin de werknemer bij de werkgever in dienst treedt, doch niet eerder dan de ingangsdatum van deze pensioenregeling (blijkens het voorblad van het reglement: 1 januari 2003). Hieruit kan, mede gelet op de gehanteerde bewoordingen (de tegenwoordige tijd: ‘in dienst treedt’), worden afgeleid dat de hier bedoelde regeling in beginsel geen betrekking heeft op werknemers die op 1 januari 2003 reeds in dienst waren van de werkgever, zoals werkneemster.