Naar boven ↑

Rechtspraak

Vereniging Scholengroep Perspectief/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 24 september 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:5016

Vereniging Scholengroep Perspectief/werknemer

Pro-formaontbinding wegens ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid. Geen transitievergoeding op grond van Besluit overgangsrecht transitievergoeding.

Werknemer is in dienst van werkgever (Vereniging Scholengroep Perspectief). Werkgever verzoekt ontbinding. Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van ongeschiktheid van werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken, terwijl herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet meer mogelijk is. De werkgever wijst op artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat de werknemer heeft erkend dat sprake is van zijn ongeschiktheid voor de bedongen arbeid, en partijen het erover eens zijn dat die onherstelbaar is en herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Uit de stukken blijkt dat partijen hierover meerdere keren hebben gesproken en dat er verbeteracties zijn ondernomen, ook in de vorm van scholing. Er is geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn. Partijen zijn het er voorts over eens dat de werknemer geen aanspraak heeft op een transitievergoeding gelet op artikel 2 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding, anders dan een vergoeding om een outplacementtraject te bekostigen, door partijen overeengekomen, van € 5.000 inclusief omzetbelasting. De werkgever is daarnaast bereid de werknemer een door partijen overeengekomen beëindigingsvergoeding van € 30.000 bruto te betalen. Nu de werkgever niet heeft verzocht deze bedragen aan de werknemer toe te kennen, kan dit aspect buiten de beoordeling van het onderhavige verzoek worden gelaten.