Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 13 oktober 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:8802

werkneemster/werkgever

Ontslag op staande voet receptioniste wegens het zonder toestemming openen van vertrouwelijke post is, vooral gelet op de persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van het ontslag, niet rechtsgeldig.

Werkneemster is 1 oktober 2003 in dienst getreden bij werkgever in de functie van receptioniste/telefoniste. Op 13 juni 2015 is zij op staande voet ontslagen. Als reden wordt in de ontslagbrief vermeld dat werkneemster vertrouwelijke post, die haar in gesloten enveloppen is gegeven, zonder toestemming heeft geopend, gelezen en vervolgens in een nieuwe envelop heeft gedaan en alsnog heeft verzonden. Werkneemster betwist dat sprake is van een dringende reden en vordert loondoorbetaling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu het ontslag op staande voet op 13 juni 2015 heeft plaatsgevonden, is hier het recht zoals dat tot 1 juli 2015 gold (en meer specifiek: art. 7:677 jo. 7:678 BW), van toepassing. Werkneemster betwist niet dat zij enkele poststukken van nieuwe enveloppen heeft voorzien, maar voert aan dat de aangeleverde enveloppen niet goed waren dichtgeplakt, dan wel dat de adressticker niet voldeed. Om die reden heeft zij de poststukken opnieuw verpakt. Dit verweer overtuigt niet. De verscheurde delen van de enveloppen die werkgever ter zitting heeft getoond hadden een goed gesloten sluitrand en daarop was niet te zien dat er een verkeerde sticker op zat of dat deze was verwijderd. Bovendien is niet aannemelijk dat ten minste vier enveloppen van de tien à vijftien die werkneemster dagelijks aangeboden kreeg, niet goed gesloten waren. Werkneemster voert voorts aan dat slechts één van de betreffende poststukken als vertrouwelijk moest worden aangemerkt en dat dit niet gold voor de overige post. Daarmee miskent werkneemster dat post naar haar aard uitsluitend bestemd is voor de geadresseerde en dat die ook de enige is die de post mag openen. De omstandigheid dat werkneemster vanwege haar functie vaker te maken had met de verwerking van vertrouwelijke post, maakt het voorgaande niet anders: het weer openmaken van aan werkneemster in een gesloten envelop aangeleverde post, behoort hoe dan ook niet tot haar taakomschrijving en dient geen enkel doel anders dan het bevredigen van nieuwsgierigheid van werkneemster. Desondanks is een ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd. De reden daarvoor is vooral gelegen in de persoonlijke omstandigheden van werkneemster en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor haar zouden hebben. Werkneemster is inmiddels 63 jaar en het lijkt niet erg waarschijnlijk dat zij in dezelfde of een vergelijkbare functie nog werk zal vinden. Vanwege het verwijtbare ontslag komt zij niet in aanmerking voor een uitkering. Pensioen kan zij nu niet meer opbouwen. Werkneemster is meer dan tien jaar bij werkgever in dienst geweest en in die periode heeft zij altijd goed gefunctioneerd. Dat het vertrouwen van werkgever in werkneemster door haar handelen ernstig is verstoord, is voorstelbaar, maar gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden had een andere, voor werkneemster minder diffamerende beëindiging van de arbeidsovereenkomst eerder voor de hand gelegen. De kantonrechter komt niet toe aan de beoordeling van de vordering in reconventie, nu die vordering slechts voorwaardelijk, voor het geval dat de kantonrechter tot het oordeel zou komen dat afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het BW zoals dat luidde tot 1 juli 2015 van toepassing zou zijn op de procedure tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst (zie AR 2015-1128) is ingesteld en deze voorwaarde niet is vervuld.