Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 november 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:8192
werknemer/Rutrans & Partners B.V.
Werknemer is in dienst van Rutrans. Op maandag 10 augustus 2015, toen werknemer terugkeerde van vakantie, heeft Rutrans hem ermee geconfronteerd dat hij tijdens zijn vakantie zonder toestemming de tankpas van Rutrans heeft gebruikt, dat hij goederen uit het magazijn heeft meegenomen zonder toestemming en zonder te betalen, dat hij bij een leverancier van Rutrans op naam van een klant kussens heeft besteld en niet heeft betaald, dat collega’s haar hebben geïnformeerd dat werknemer vaker eigendommen van Rutrans heeft meegenomen zonder te betalen, dat hij zich negatief uitlaat over X en het bedrijf in een kwaad daglicht stelt en dat werknemer er een gewoonte van maakt zich niet aan de werktijden te houden als de directeur afwezig is. Rutrans heeft werknemer aan het eind van het gesprek op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag. Tevens heeft hij een loonvordering ingesteld en verzoekt hij wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het feit dat er een fiscale bijtelling plaatsvindt voor het gebruik van de bedrijfsauto, kan niet zonder meer worden afgeleid dat ook alle benzine, ook het verbruik tijdens vakantie, voor rekening van Rutrans komt. Het ligt voor de hand dat hier tussen partijen nadere afspraken over zijn gemaakt. Volgens Rutrans luidt die (mondeling gemaakte) afspraak dat werknemer voor privékilometers niet mag tanken met de tankpas, terwijl werknemer het bestaan van de afspraak betwist. Als een dergelijke afspraak al zou zijn gemaakt roept dat vragen op over de wijze waarop privé- en werkkilometers dan moeten worden verrekend. Werknemer houdt daarvan immers geen administratie bij en Rutrans heeft niet aangevoerd dat werknemer dat wel zou moeten doen. Rutrans heeft van het bestaan van de afspraak geen bewijs aangeboden, zodat die niet kan worden vastgesteld. Wel heeft zij aangevoerd dat werknemer ook in het voorgaande jaar de tankpas in zijn vakantie heeft gebruikt. Nu er kennelijk geen duidelijke afspraken over het gebruik van de tankpas zijn vastgelegd, komt dit voor risico van Rutrans en levert het daarover aan werknemer gemaakte verwijt geen dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Dat werknemer zonder toestemming en zonder betaling goederen (veiligheidsschoenen, een tankwagenslang, een blusdeken en een computerkabel) heeft meegenomen, heeft Rutrans - gelet op de betwisting door werknemer - onvoldoende onderbouwd. Het verwijt dat werknemer zich niet aan de werktijden houdt, is hoofdzakelijk gebaseerd op (schriftelijke) verklaringen van collega’s. Zonder data en tijdstippen waarop werknemer zich hieraan schuldig zou hebben gemaakt, is het voor hem niet mogelijk zich daartegen te verweren. Ook dit verwijt kan een ontslag op staande voet niet rechtvaardigen. Dat werknemer zich negatief uitlaat over X heeft Rutrans evenmin voldoende onderbouwd. Zo is niet nader door Rutrans aangegeven wat, bij welke gelegenheid en tegen wie werknemer zich negatief heeft uitgelaten. Ten aanzien van de bestelling van kussens op naam van een klant van Rutrans wordt geoordeeld dat deze bestelling niet heimelijk is gedaan, een en ander was voor Rutrans eenvoudig te zien en na te gaan. De factuur dateert van februari 2015. Tussen de datum van de factuur en de ontslagdatum is er kennelijk voor de klant geen aanleiding geweest bij Rutrans te reclameren over de gang van zaken. Ook Rutrans, die deze factuur heeft geadministreerd, heeft niet eerder hierover bij werknemer aan de bel getrokken. Hoewel werknemer niet heeft aangetoond dat hij voor de kussens heeft betaald, is dit in het licht van alle omstandigheden onvoldoende voor een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt toegewezen. Ook de loonvordering wordt toegewezen. De gevorderde wedertewerkstelling wordt afgewezen, gelet op het oordeel in de (voorwaardelijke) ontbindingsprocedure (zie AR 2015-1175).