Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 november 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4569
werknemer/VB&T Allianties B.V., h.o.d.n. VB&T VVE Diensten
Bij tussenarrest heeft het hof werknemer de bewijsopdracht gegeven aan te tonen dat hij in 2011 niet disfunctioneerde. Het hof is - met de kantonrechter - van oordeel dat de in 2007-2010 bestaande situatie zich in 2011 heeft voortgezet en dat ook toen sprake was van disfunctioneren van werknemer. Dit is af te leiden uit het functioneringsformulier van 8 juli 2011. Dit formulier is weliswaar niet ondertekend en bevat alleen de opvatting van VB&T, die al voor het gesprek was opgeschreven, doch dat kan aan de inhoud daarvan niet afdoen nu de bevindingen door de in eerste aanleg en in hoger beroep afgelegde verklaringen van de getuigen direct leidinggevende van werknemer en directeur van VB&T, ondersteund door de getuigenverklaring van statutair directeur van de VB&T groep in eerste aanleg, worden bevestigd en onderschreven. Bedoelde verklaringen zijn - anders dan werknemer stelt - helder en overtuigend. Het hof heeft geen reden om aan te nemen dat die verklaringen in strijd met de waarheid zijn afgelegd. Er is ook geen sprake van een valse reden.
Met betrekking tot het gevolgencriterium oordeelt het hof als volgt. Werknemer is 58 jaar, heeft 11 jaar voor VB&T gewerkt. Naar het oordeel van het hof heeft VB&T zich voldoende ingespannen werknemer beter te laten functioneren. Wat VB&T onvoldoende heeft gedaan is zich ingespannen werknemer te herplaatsen binnen of buiten de onderneming. Dit klemt temeer nu VB&T werknemer geen vergoeding heeft gegeven. Aan schadevergoeding wordt toegekend € 20.000 bruto.