Naar boven ↑

Rechtspraak

Zorgbruggen Thuiszorg B.V./werkneemster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 november 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4572

Zorgbruggen Thuiszorg B.V./werkneemster

Loonvordering op basis van CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg. Geen rechtsgeldige loonsanctie ex artikel 7:629 BW.

Werkneemster is op 22 juni 2011 in dienst getreden van Zorgbruggen in de functie van administratief medewerkster. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (hierna: de cao). Werkneemster heeft in eerste aanleg diverse loonvorderingen ingediend (mede op basis van de cao). In deze zaak worden verschillende loonposten besproken. Een daarvan is de loonstop door Zorgbruggen opgelegd. Het hof overweegt daaromterent het volgende. In artikel 7:629 lid 3 BW worden de gronden genoemd wanneer de werknemer, in afwijking van artikel 7:629 lid 1 BW, geen recht heeft op loondoorbetaling bij ziekte. Zorgbruggen heeft de bij dagvaarding door werkneemster naar voren gebrachte stellingen dat de eerste oproep om op 7 mei 2013 bij de bedrijfsarts te verschijnen werkneemster niet heeft bereikt, omdat deze naar een foutief e-mailadres was verzonden, alsmede dat direct daarop een nieuwe afspraak is gemaakt en dat werkneemster op 16 mei 2013 alsnog bij de bedrijfsarts is geweest, niet weersproken, zodat het hof de inhoud van die stellingen als vaststaand aanneemt. Hetzelfde geldt voor de stellingen van werkneemster dat zij niet alléén met Zorgbruggen in gesprek wilde gaan, maar wel samen met een vertrouwenspersoon en dat op 21 mei 2013 een gesprek tussen (onder meer) werkneemster en Zorgbruggen heeft plaatsgevonden. Reeds daarom kan het door Zorgbruggen aangevoerde de conclusie niet dragen dat een van de in artikel 7:629 lid 3 BW genoemde uitzonderingsgronden aan de orde is.