Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 4 december 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:8687
Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland/FNV Bondgenoten
Op 4 maart 2015 zijn er tussen Holland Casino en drie vakbonden onderhandelingen gestart over een nieuwe cao. Deze onderhandelingen hebben op 19 augustus 2015 geresulteerd in een eindbod van Holland Casino. FNV Bondgenoten heeft op 4 november 2015 aan Holland Casino laten weten dat zij niet akkoord ging met dit eindbod en dat er ledenvergaderingen zouden plaatsvinden om de stakingsbereidheid te onderzoeken. Bij brief van 27 november 2015 heeft FNV Bondgenoten aan Holland Casino een ultimatum gesteld. FNV Bondgenoten heeft in de brief vermeld dat indien zij voor vrijdag 4 december 2015 om 12.00 uur geen schriftelijke reactie van Holland Casino heeft ontvangen, waaruit blijkt dat Holland Casino integraal akkoord gaat met de geformuleerde eisen, Holland Casino ermee rekening dient te houden met door haar uit te roepen en te organiseren acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur. Kern van het geschil betreft de beantwoording van de vraag of de door FNV Bondgenoten aangezegde collectieve acties zijn toegestaan of niet.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening over de beantwoording van de vraag of de door FNV Bondgenoten aangezegde collectieve acties onder de reikwijdte van artikel 6 aanhef en onderdeel 4 ESH vallen. Het is aannemelijk dat de door FNV Bondgenoten in haar ultimatum aangekondigde collectieve acties redelijkerwijs kunnen bijdragen aan een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Meer in het bijzonder is het aannemelijk dat deze acties redelijkerwijs ertoe kunnen leiden dat de impasse met betrekking tot de door bonden gewenste loonsverhoging wordt doorbroken en dat partijen hierover weer met elkaar in gesprek raken. De door Holland Casino aangevoerde omstandigheid dat de nog niet door haar ingewilligde eisen, waaronder de eis inzake de loonsverhoging, voorbarig (prematuur) zouden zijn, omdat over deze eisen in het kader van de toekomstbestendige cao (cao 2016) zou worden onderhandeld, rechtvaardigt - wat daarvan ook zij - nog niet de conclusie dat de aangekondigde collectieve acties redelijkerwijs niet zouden kunnen bijdragen aan een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. De vraag of de uitoefening van een collectief actiemiddel een uiterst redmiddel (ultimum remedium) betreft, is, gelet op het Amsta-arrest, geen zelfstandige maatstaf (meer) om te beoordelen of een collectieve actie rechtmatig is. Wel is het zo dat een dergelijke omstandigheid een gezichtspunt kan zijn bij de beoordeling van de vraag of de actie op grond van artikel G ESH kan worden beperkt of verboden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door FNV Bondgenoten aangezegde collectieve acties onder het bereik van artikel 6 aanhef en onderdeel 4 ESH vallen en dus, in beginsel, zijn toegestaan.
Het recht op collectief optreden kan langs de weg van artikel G ESH worden beperkt (of verboden) indien beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Holland Casino voert aan dat de gevolgen voor de omzet van het bedrijf enorm kunnen zijn, dat haar gasten teleurgesteld zullen zijn wanneer zij een gesloten casinovestiging aantreffen, en dat de kans reƫel is dat er onrust tussen de werknemers van Holland Casino zal ontstaan. Als uitgangspunt geldt dat deze omstandigheden - zoals FNV Bondgenoten terecht aanvoert - inherent zijn aan het uitoefenen van het stakingsrecht en dat dit voor rekening en risico komt van de bestaakte werkgever en derden. Overigens geldt dat Holland Casino deze omstandigheden niet gemotiveerd heeft onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Bovendien is het op dit moment nog onduidelijk wat de aard en duur van de aangekondigde collectieve acties zullen zijn en wanneer deze acties, onmiddellijk na het verstrijken van het ultimatum of rond de kerst en oud en nieuw, zullen plaatsvinden. Er kan dan op dit moment dan ook nog geen inschatting worden gemaakt van de impact die de collectieve acties zullen hebben en of die impact zodanig is dat die de conclusie rechtvaardigt dat beperkingen aan het recht van FNV Bondgenoten op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Anders dan Holland Casino heeft aangevoerd, is de collectieve actie voor wat betreft de loonsverhoging niet prematuur. Hierover is onderhandeld en partijen zijn hierover in een impasse geraakt. Nog afgezien daarvan geldt dat de omstandigheid dat de collectieve acties prematuur (niet als laatste redmiddel) zouden worden gevoerd, nog niet per definitie meebrengt dat sprake is van de uitzondering zoals bedoeld in artikel G ESH. De Hoge Raad heeft in het Amsta-arrest ook overwogen dat het belang van de spelregels niet steeds hetzelfde is en dat dit onder meer afhangt van de aard en duur van de collectieve actie en omvang van de schade en daar is, zoals hiervoor is overwogen, nu juist geen zicht op. Conclusie is dat Holland Casino niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van de uitzonderingsgrond zoals vermeld in artikel G ESH. Er is dan ook geen reden om de aangekondigde collectieve acties te beperken of te verbieden.