Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/’t College B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 11 november 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:7439

werknemer/’t College B.V.

Ontslag op staande voet wegens niet bezitten diploma’s en ten onrechte ziek melden niet rechtsgeldig. Geen dringende redenen aanwezig. Nu een vergoeding ex artikel 7:672 lid 9 BW aan werknemer wordt toegekend, is er geen plaats voor een billijke vergoeding.

Werknemer is per 1 april 2015 bij ’t College B.V. (hierna: het College) in dienst getreden. Laatstelijk is hij werkzaam als manager. Bij brief van 14 juli 2015 is werknemer door het College op staande voet ontslagen. Het College legt aan het ontslag op staande voet ten grondslag (a) dat werknemer niet alle diploma’s die hij stelde in zijn bezit te hebben aan het College heeft overhandigd en (b) dat werknemer zich in een korte tijd tweemaal ziek heeft gemeld, terwijl er geen sprake zou zijn van ziekte. Vast staat dat de bedrijfsarts beide keren heeft geconstateerd dat de klachten van werknemer verband hielden met de werksituatie. Werknemer verzoekt de kantonrechter hem een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onderdeel a BW toe te kennen ter grootte van het loon over de periode 14 juli 2015 tot 1 april 2016, de rechtsgeldige beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde vakantietoeslag. Tevens doet werknemer een aantal nevenverzoeken, waaronder toekenning van een vergoeding ex artikel 7:672 lid 9 BW. Het College betwist de vordering van werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het College heeft met de ontslagbrief van 14 juli 2015 de arbeidsovereenkomst niet geldig opgezegd. Evenmin is sprake van een regelmatige opzegging. Met name kunnen de in de ontslagbrief genoemde redenen niet als dringende redenen worden aangemerkt. Niet is komen vast te staan dat werknemer tijdens zijn sollicitatiegesprekken zou hebben aangegeven over bepaalde diploma’s te beschikken. Volgens werknemer is er enkel gesproken over zijn relevante werkervaring. Een en ander is niet, dan wel onvoldoende betwist door het College, zodat de kantonrechter uit dient te gaan van het verweer van werknemer. Ook van herhaalde werkweigering van werknemer is volgens de kantonrechter geen sprake. De klachten van werknemer hielden volgens de bedrijfsarts verband met het ontstane arbeidsconflict met het College en het College heeft miskend dat de bedrijfsarts beide partijen heeft geadviseerd het conflict op te lossen. De kantonrechter oordeelt dat er in rechte van moet worden uitgegaan dat het College de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. De verzochte billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onderdeel a BW wijst de kantonrechter af. Omdat is verzocht om toekenning van een vergoeding ex artikel 7:672 lid 9 BW is het tevens toekennen van de billijke vergoeding aan werknemer naar het oordeel van de kantonrechter niet billijk. De verzochte vergoeding ex artikel 7:672 lid 9 BW wijst de kantonrechter toe, nu de arbeidsovereenkomst door het College is opgezegd tegen een eerdere datum dan tussen partijen geldt. Er zijn geen gronden aanwezig de door werknemer verzochte vergoeding te matigen.