Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Coolblue B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 november 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:9230

werknemer/Coolblue B.V.

Afwijzing vordering wedertewerkstelling, in afwachting van oordeel in ontbindingsprocedure. Het is in het belang van beide partijen dat de (verdere) escalatie van het conflict wordt voorkomen.

Op 1 februari 2015 is werknemer voor onbepaalde tijd in dienst is getreden bij Coolblue in de functie van Vendor Manager. Op 5 juni 2015 is tijdens een voortgangsgesprek aan werknemer verteld dat zijn functie zou worden gewijzigd in die van ‘Lead Buyer’. In de maand juni hebben naar aanleiding van de functiewijziging meerdere voortgangsgesprekken plaatsgevonden. In augustus heeft de leidinggevende aangegeven niet tevreden te zijn met de wijze waarop werknemer invulling geeft aan zijn functie. Naar aanleiding van dit gesprek worden verschillende afspraken gemaakt. Op 17 september 2015 heeft de leidinggevende aan werknemer voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Vanaf dat moment heeft werknemer geen werkzaamheden bij Coolblue meer verricht. Op 23 september 2015 werd aan werknemer een schriftelijke beëindigingsovereenkomst voorgelegd. Werknemer heeft die niet getekend. Coolblue heeft vervolgens een ontbindingsverzoek ingediend. Werknemer vordert in een kort geding wedertewerkstelling en toegang tot alle kantoorfaciliteiten waarvan werknemer voor 17 september 2015 ook gebruik maakte of kon maken. Coolblue voert gemotiveerd verweer.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. In het onderhavige geval is sprake van een situatie waarin vaststaat dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen (nog) niet is geëindigd. Er is door Coolblue wel een verzoek ingediend bij de kantonrechter strekkende tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar op dat verzoek is nog niet beslist. Vooruitlopend op de door Coolblue gewenste beëindiging van de arbeidsovereenkomst is werknemer op non-actief gesteld. De reden voor de non-actiefstelling en de gewenste ontbinding is gelegen in het onvoldoende functioneren van werknemer in de functie van Lead Buyer en het gebrek aan vertrouwen dat dit op korte termijn zal veranderen. Naar voorlopig oordeel is dit gelet op de vaststaande feiten en omstandigheden niet voldoende grond voor een dringende reden die de non-actiefstelling vooruitlopend op de eventuele beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Partijen hebben op 7 augustus 2015 afspraken gemaakt over het functioneren van werknemer in de functie van Lead Buyer. Een van de afspraken hield in dat op 7 oktober 2015 een tussentijdse evaluatie zou plaatsvinden over de ontwikkeling van werknemer, althans de door hem in de tussentijd behaalde resultaten. Die afgesproken termijn is niet afgewacht, zonder dat uit het dossier volgt dat daarvoor een concrete aanleiding was. Het is niet aannemelijk dat de bodemrechter in het onderhavige geval zal oordelen dat Coolblue voldoende gegronde reden had om de non-actiefstelling van werknemer te rechtvaardigen, nu sprake is van een situatie waarin een termijn was afgesproken waarbinnen werknemer zou werken aan verbetering van zijn functioneren, terwijl die termijn niet is afgewacht en is besloten per direct in te zetten op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daarbij is nog van belang dat werknemer heeft gesteld dat voor hem onduidelijk is geweest wat van hem werd verwacht. Op grond van het voorgaande is de vordering tot wedertewerkstelling in beginsel toewijsbaar. Een belangenafweging brengt, gelet op de korte termijn waarop (meer) duidelijkheid over het al dan niet voortbestaan van de arbeidsovereenkomst kan worden verwacht, naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat tot het moment waarop de kantonrechter heeft beslist op het verzoek, feitelijke werkhervatting niet aan de orde is. Juist ook voor de door werknemer genoemde mogelijkheid dat de arbeidsovereenkomst zal blijven bestaan, omdat het verzoek wordt afgewezen, is het in het belang van beide partijen dat de (verdere) escalatie van het conflict thans zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Het belang van werknemer bij wedertewerkstelling op zo kort mogelijke termijn na dit vonnis dient daarvoor te wijken.