Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Action Nederland B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 17 december 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:14811

werkneemster/Action Nederland B.V.

Ontslag op staande voet na onrechtmatig wegnemen van goederen door leidinggevende houdt stand. Ook wordt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden, gelet op het eventuele belang van werkgever daarbij in het licht van artikel 7:683 lid 3 BW.

Werkneemster is in 2010 in dienst getreden bij Action Nederland B.V. (hierna: Action). In de personeelswijzer van Action wordt onder meer bepaald dat wanneer komt vast te staan dat er diefstal, verduistering of bedrog heeft plaatsgevonden, de betreffende werknemer op staande voet zal worden ontslagen. Na constatering van afwijkende kassahandelingen in het filiaal te Delft heeft de rayonleider de afdeling Beveiliging verzocht om in het bijzonder de kassahandelingen van werkneemster te onderzoeken. Uit de bestudering van bewakingsbeelden bleek dat werkneemster op 4 september 2015 goederen van Action heeft meegenomen zonder ervoor te betalen. Ook heeft werkneemster op diezelfde datum goederen aan een kennis meegegeven zonder dat deze kennis voor de goederen heeft betaald. Tevens heeft werkneemster personeelskorting voor vier blikken verf aan diezelfde kennis gegeven, een en ander tegen de kortingsregels van Action in (dergelijke korting mocht niet worden aangewend voor familie, vrienden en goede doelen). Op 9 september 2015 is werkneemster door Action op staande voet ontslagen. Werkneemster verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen. Aan dit verzoek legt werkneemster kort gezegd ten grondslag dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat rekening gehouden had moeten worden met haar persoonlijke omstandigheden. Action voert verweer tegen het verzoek en merkt daarbij op dat Action een strikt beleid met betrekking tot fraude c.q. diefstal voert en werkneemster daarvan op de hoogte was. Action verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werkneemster voorwaardelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel e dan wel g BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat Action een stringent fraudebeleid voert. De medewerkers worden over dit beleid geïnformeerd door middel van de personeelswijzer die ook aan werkneemster is verstrekt en waarnaar ook verwezen wordt in de schriftelijke arbeidsovereenkomst die Action met werkneemster is aangegaan. Indien een medewerker de regels die opgenomen zijn in de personeelswijzer van Action niet naleeft, lijdt Action daardoor schade. Overtreding van deze regels heeft derhalve in beginsel te gelden als een dringende reden voor ontslag op staande voet. Werkneemster heeft erkend dat zij producten mee naar huis heeft genomen zonder af te rekenen, dat zij producten aan een kennis heeft meegegeven en diezelfde kennis van personeelskorting heeft voorzien. Op grond van het voorgaande en de camerabeelden van 4 september 2015 heeft Action de aanwezigheid van de gestelde dringende redenen voldoende aangetoond. Dat werkneemster zich zou hebben vergist en onopzettelijk producten niet zou hebben afgerekend dan wel foutief op de kassa zou hebben aangeslagen leidt niet tot een ander oordeel. Met Action is de kantonrechter van oordeel dat werkneemster gezien haar leidinggevende functie dergelijke vergissingen niet behoort te maken. Het verzoek van werkneemster wordt afgewezen.

Met betrekking tot het verzoek de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden, oordeelt de kantonrechter als volgt. Gelet op het bepaalde in artikel 7:683 lid 3 BW kan het gerechtshof in een eventueel hoger beroep Action veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen. Op dit moment is in hoger beroep nog niet over een dergelijke zaak beslist, waardoor niet kan worden uitgesloten dat Action belang heeft bij haar verzoek. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Action in verband met het ontslag op staande voet naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. De kantonrechter is verder van oordeel dat herplaatsing van werkneemster niet in de rede ligt. Het verzoek van Action zal daarom worden toegewezen. De kantonrechter ziet in hetgeen door Action naar voren is gebracht aanleiding om te ontbinden op de kortst mogelijke termijn, nu Action voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werkneemster als bedoeld in artikel 7:671b lid 8 onderdeel b BW.