Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Grondontwikkeling Nederland B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 4 november 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:11467

werknemer/Grondontwikkeling Nederland B.V.

Partijen zijn het eens over de verstoorde arbeidsverhouding en de onmogelijkheid tot herplaatsing. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een beëindigingsvergoeding ad twee brutomaandsalarissen.

Werknemer is met ingang van 10 maart 2014 bij de besloten vennootschap Grondontwikkeling Nederland B.V. (hierna: Grondontwikkeling) in dienst getreden als commercieel medewerker. Grondontwikkeling heeft werknemer op 3 augustus 2015 op staande voet ontslagen, hetgeen bij brief van 4 augustus 2015 aan werknemer is bevestigd. Werknemer heeft bij dagvaarding van 25 augustus 2015 een voorziening gevorderd. Bij vonnis in kort geding van 18 september 2015 heeft de kantonrechter Grondontwikkeling veroordeeld om aan werknemer met ingang van augustus 2015 tot aan de dag van de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst een bedrag van € 2.765 bruto per maand te betalen, te vermeerderen met een bedrag van € 128 netto per maand. Werknemer verzoekt in het onderhavige geding de opzegging van de arbeidsovereenkomst van 3 augustus 2015 te vernietigen alsmede de veroordeling van Grondontwikkeling om aan hem met ingang van augustus 2015 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd het overeengekomen loon van € 2.765 bruto per maand en de maaltijdvergoeding van € 128 netto per maand te betalen. Grondontwikkeling verzoekt op haar beurt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW. Aan dit verzoek legt Grondontwikkeling ten grondslag dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tegen het verzoek van werknemer heeft Grondontwikkeling geen (gemotiveerd) verweer gevoerd, zodat dit verzoek zal worden toegewezen. Werknemer heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Grondontwikkeling in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing. Gelet op het voorgaande ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Er is immers, gelet op de standpunten van partijen, sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW en voorts is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer. Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden met ingang van 1 december 2015. Partijen zijn het er tevens over eens dat werknemer aanspraak heeft op een vergoeding van twee brutomaandsalarissen. Grondontwikkeling zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die beëindigingsvergoeding.