Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 22 december 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:8223
werknemer/Euromaster Bandenservice BV
Werknemer is op 1 oktober 1996 bij Euromaster in dienst getreden. Hij is werkzaam als allround monteur. Op 25 juli 2015 heeft C in een lade in de receptieruimte van Euromaster een geldbedrag van € 13.000 gelegd. Even later ontdekt C dat het geldbedrag is verdwenen c.q. is ontvreemd. Op de camerabeelden is te zien dat werknemer de receptieruimte is binnengelopen en nadien de receptieruimte is uitgerend met enkele papieren onder zijn arm. Werknemer heeft hiervoor geen deugdelijke verklaring kunnen geven. Vervolgens heeft Euromaster werknemer op 20 augustus 2015 op staande voet ontslagen. Primair verzoekt werknemer het ontslag op staande voet te vernietigen. Subsidiair verzoekt werknemer om toekenning van een transitievergoeding. Euromaster voert gemotiveerd verweer.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het primaire verzoek strekkende tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen. In de vestiging van Euromaster worden tijdens sluitingstijd cameraopnamen gemaakt die enige tijd bewaard blijven. Nadat er enkele weken na 25 juli 2015 bij de vestiging van Euromaster was ingebroken, kwam C tot de ontdekking dat de camera circa 30 minuten in tijd achter liep. Bij onderzoek is toen ook gebleken dat er opnamen waren van 25 juli 2015. Op de beelden is te zien dat werknemer korte tijd nadat C het geld in de lade had opgeborgen, gehaast de receptieruimte betreedt en na enkele seconden de ruimte gehaast weer verlaat met papieren in zijn hand. Vast staat ook dat niemand anders in de receptieruimte is geweest tussen het moment waarop het geld door C daar is opgeborgen en het moment waarop hij ontdekte dat het geld was verdwenen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de conclusie van Euromaster, op grond van de camerabeelden, dat werknemer op 25 juli 2015 het door C in de receptieruimte opgeborgen bedrag van € 13.000 in contanten heeft weggenomen, alleszins gerechtvaardigd. Voor vernietiging van het ontslag op staande voet is dan ook geen grond. Gelet op het voorgaande wordt het primaire verzoek afgewezen. Het subsidiaire verzoek wordt eveneens afgewezen. De aan werknemer verweten gedraging is zodanig ernstig verwijtbaar dat hem geen transitievergoeding zal worden toegekend. Nu vaststaat dat werknemer per 7 september 2015 elders in dienst is getreden moet er in rechte van uit worden gegaan dat, ook in de visie van werknemer, de arbeidsovereenkomst in elk geval per deze datum is geëindigd. Euromaster heeft dan ook geen belang meer bij haar tegenverzoek strekkende tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zodat dit verzoek zal worden afgewezen. Ten slotte wordt werknemer veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding ten bedrage van € 10.044,46.