Naar boven ↑

Rechtspraak

SVP Distributie & Levering B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 20 januari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:728

SVP Distributie & Levering B.V./werknemer

Diverse incidenten (waaronder het onheus en agressief gedragen tegenover collega’s en leidinggevenden) leveren, gelet op de aard en de ernst daarvan, verwijtbaar handelen van werknemer op. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Afwijzing billijke vergoeding.

Op 23 mei 2006 is werknemer in dienst getreden bij SVP. SVP verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e of g BW, op zo kort mogelijke termijn en zonder toekenning van een transitievergoeding. Ter onderbouwing daarvan heeft SVP aangevoerd dat werknemer zich gedurende lange tijd schuldig heeft gemaakt aan onheus en agressief gedrag tegenover collega’s en leidinggevenden, dat hij daar diverse malen op is aangesproken en verschillende kansen heeft gekregen om te komen tot een verandering in zijn houding en gedrag, maar dat hij deze kansen niet, althans niet afdoende en structureel heeft opgepakt. Werknemer voert gemotiveerd verweer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat er zich regelmatig incidenten hebben voorgedaan met betrekking tot het gedrag, de houding en de wijze van communiceren door werknemer. Het moet werknemer in de loop van de jaren volstrekt duidelijk zijn geworden wat SVP van hem verwachtte ten aanzien van zijn gedrag, houding en wijze van communiceren, en met name dat werknemer wist of behoorde te weten dat hij zich moest onthouden van confronterend, agressief, intimiderend, negatief of niet respectvol gedrag jegens collega’s en leidinggevenden. Werknemer is daarop bij herhaling gewezen en ook gewaarschuwd. Niettemin moet worden vastgesteld dat werknemer zich telkens toch weer schuldig heeft gemaakt aan dergelijk gedrag. De incidenten leveren, gelet op de aard en de ernst daarvan, verwijtbaar handelen van werknemer op. Dit handelen van werknemer is ook zodanig dat van SVP in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, mede gezien het feit dat werknemer ondanks genoemde waarschuwingen en aanwijzingen zijn gedrag niet heeft aangepast. Dat er soms korte perioden van verbetering in zijn gedrag werden gesignaleerd door SVP, doet daar niet aan af, omdat na iedere kortstondige periode van verbetering weer nieuwe incidenten plaatsvonden. SVP kan daarom worden gevolgd in haar stelling dat er geen vertrouwen meer is en er geen reëel uitzicht meer bestaat dat werknemer zijn gedrag structureel kan veranderen. De conclusie is dan ook dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. De kantonrechter ziet geen reden om de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, zonder rekening te houden met de opzegtermijn, zoals SVP heeft verzocht. Het verwijtbaar handelen van werknemer is namelijk niet van dien aard dat dit als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Er bestaat geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Wel wordt het verzoek van werknemer tot toekenning van de transitievergoeding (€ 10.054,75 bruto) toegewezen.