Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 29 juni 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:11892
Stichting Scholen aan Zee/werknemer
Werknemer is sinds 2011 in dienst van de Stichting in de functie docent LB in de vakgroep Economie. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Voortgezet Onderwijs van toepassing. De cao bevat een regeling over de bevordering/promotie van docenten (entreerecht). Tussen partijen is vanaf voorjaar 2014 een verschil van mening ontstaan over de eventuele bevordering c.q. promotie van werknemer. Op 11 juli 2014 heeft werknemer beroep aangetekend bij de Commissie van Beroep VO tegen het in het kader van bevordering c.q. promotie op 2 juni 2014 door de Stichting genomen besluit. Bij uitspraak van 6 januari 2015 is het beroep ongegrond verklaard. Op 15 april 2015 is een beoordelingsgesprek gepland. Werknemer heeft desgevraagd aangegeven het functioneringsgesprek te zullen opnemen. De directeur is hiermee niet akkoord gegaan, het gesprek is gestaakt en de beoordeling van het functioneren heeft vervolgens schriftelijk plaatsgevonden. Vanwege het voorval van 15 april 2015 is werknemer geschorst. Werknemer heeft tegen deze schorsing beroep aangetekend bij de Commissie van Beroep VO. Het beroep is nog steeds aanhangig. Op vrijdag 22 mei 2015 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het door werknemer gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Commissie van Beroep VO van 6 januari 2015. De voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting heeft vanwege het verloop van de mondelinge behandeling aanleiding gezien om aangifte van bedreiging te doen tegen werknemer. De Stichting verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie (ex art. 7:685 (oud) BW).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het primaire verweer, dat ziet op de (on)bevoegdheid van de kantonrechter, wordt verworpen. Ingevolge lid 1 van artikel 7:685 BW is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige reden te ontbinden. Dit duidt op een onbelemmerde toegang voor een werkgever of werknemer om zich met een dergelijk verzoek tot de kantonrechter te wenden. Dit brengt mee dat de kantonrechter bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Hieraan doet niet af dat tussen partijen nog procedures aanhangig zijn bij de Commissie van Beroep VO. Hoewel werknemer zich primair (nog steeds) op het standpunt stelt dat het ontbindingsverzoek behoort te worden afgewezen, komt de kantonrechter op grond van de inhoud van de schriftelijke bescheiden en op grond van hetgeen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gekomen evenwel tot de slotsom dat de vertrouwensbreuk tussen partijen dermate groot is, dat elk perspectief op normalisatie van de arbeidsverhouding tussen partijen definitief is komen te ontbreken. De arbeidsovereenkomst wordt per 1 juli 2015 ontbonden. Anders dan werknemer meent, is geen rechtvaardiging voorhanden voor de wijze waarop hij zich jegens/over de betrokkenen heeft geuit. Aan werknemer wordt geen vergoeding toegekend.