Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Sun Chemical BV
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 27 januari 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:509

werknemer/Sun Chemical BV

Arbeidsovereenkomst het nauwst betrokken met Nederland (werkzaamheden werden in Nederland verricht en vestigingsplaats werkgever in Nederland), zodat ex artikel 6 lid 2 EVO Nederlands recht van toepassing is. Geen toepassing van artikel 6 BBA nu niet is voldaan aan het ‘onderscheidcriterium’.

Werknemer is op 1 maart 1999 in dienst getreden van de Belgische vennootschap Sun Chemical (BE). Op 1 juni 2003 is werknemer eveneens in dienst getreden van Sun Chemical BV in de functie van personnel manager Benelux. Aan werknemer is bij brief van 23 maart 2015 van Sun Chemical (BE) en Sun Chemical BV meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst met beide vennootschappen met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. Bij brief van 1 mei 2015 van de gemachtigde van werknemer is de nietigheid van het ontslag van 23 maart 2015 jegens Sun Chemical BV ingeroepen wegens het ontbreken van toestemming van het UWV. Werknemer vordert primair voor recht te verklaren dat tijdig een beroep is gedaan op de vernietigbaarheid van het hem verleende ontslag en dat het verleende ontslag op staande voet nietig is. Subsidiair vordert werknemer veroordeling van Sun Chemical BV tot betaling van het loon gedurende de wettelijke opzegtermijn van drie maanden. Werknemer stelt dat tussen partijen naar Nederlands recht op 1 juni 2003 een arbeidsovereenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd. De vernietigbaarheid van het ontslag is ingeroepen wegens het ontbreken van toestemming van het UWV ingevolge artikel 6 BBA.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is in geschil of op de rechtsverhouding tussen partijen het Nederlandse dan wel het Belgische recht van toepassing is. In de arbeidsovereenkomst is geen rechtskeuze opgenomen. Welk recht van toepassing is zal moeten worden getoetst aan artikel 6 EVO, nu de arbeidsovereenkomst is gesloten voor 17 december 2009. Artikel 6 lid 2 EVO bepaalt dat de arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht. De kantonrechter stelt vast dat de werkzaamheden van werknemer ten behoeve van Sun Chemical BV op basis van de arbeidsovereenkomst met Sun Chemical BV voornamelijk in Nederland werden verricht, terwijl ook Sun Chemical haar vestigingsplaats in Nederland heeft. Dat partijen kennelijk hebben beoogd het Nederlandse recht van toepassing te laten zijn, vloeit bovendien voort uit de stelling van Sun Chemical BV dat de arbeidsovereenkomst kennelijk was gesloten vanwege te verkrijgen fiscale voordelen, die ook zijn verkregen. Dit betekent naar het oordeel van de kantonrechter dat in het onderhavige geval het Nederlandse recht van toepassing is. Weliswaar zijn er indicaties - werknemer is ook in dienst van Sun Chemical (BE) in dezelfde functie en Sun Chemical (BE) is bestuurder van Sun Chemical BV - dat het recht van België in het geding is, maar dat wil geenszins zeggen dat er zomaar mag worden overgestapt naar de exceptieclausule. Toepasselijkheid van Nederlands recht houdt bij een arbeidsverhouding met internationale aspecten echter geen automatische toepasselijkheid in van artikel 6 BBA. Of dit artikel van toepassing is in een geval als het onderhavige, hangt af van de mate van betrokkenheid van de sociaal-economische verhoudingen in Nederland en in het bijzonder de belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt bij de onderwerpelijke arbeidsovereenkomst en het ontslag. Het BBA strekt immers nog steeds ter bescherming van de sociaal-economische verhoudingen in Nederland, waarbij met name het in artikel 6 van dat besluit gestelde vereiste zowel in het belang van de betrokken werknemers als van de Nederlandse arbeidsmarkt sociaal ongerechtvaardigd ontslag beoogt te voorkomen. Het ‘terugvalcriterium’ is bij de beantwoording van de vraag naar de toepasselijkheid van artikel 6 BBA minder zwaarwegend geworden. Het antwoord op deze vraag ligt tegenwoordig vooral besloten in het antwoord op de vraag of de situatie van de werknemer die de ontslagbescherming inroept zich onvoldoende onderscheidt van die van andere werknemers die werkzaam zijn in Nederland en die zonder meer ontslagbescherming genieten (het onderscheidcriterium, zie ook HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7389). Werknemer heeft de Belgische nationaliteit en woont ook in België. Aangenomen moet worden dat zijn sociale leven zich voornamelijk in België afspeelt. Het werkgebied van werknemer bestond uit België en Nederland. Op de arbeidsovereenkomst met Sun Chemical BV is Nederlands recht van toepassing. De hoofdstandplaats van werknemer is Ternat in België gebleven. Werknemer is sociaal verzekerd gebleven in België. Aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst met Sun Chemical NL is aangegaan om werknemer gebruik te laten maken van belastingtechnische voordelen. Het salaris van werknemer werd steeds overgemaakt naar een Belgische bankrekening. Werknemer is niet aangesloten bij een Nederlands pensioenfonds en ontvangt geen WW-uitkering in Nederland. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat werknemer voor werk terug dient te vallen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Gelet op al deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de situatie van werknemer zich zodanig onderscheidt van die van andere werknemers die werkzaam zijn in Nederland dat de ontslagbescherming ex artikel 6 BBA in het onderhavige geval geen toepassing vindt. Sun Chemical BV is wel gehouden het loon te voldoen over de opzegtermijn van drie maanden, omdat de wettelijke opzegtermijn niet in acht is genomen.